Tag archieven: WakkerMaker

De Wakkermaker

Toen we nog geen wekkers of mobieltjes hadden werden we als mensen gewekt door het licht. Of op het boerenland door de haan. Verder waren er in oude tijden “wakkermakers” die van huis tot huis liepen en de mensen wakker maakten door met lange stokken tegen de ruiten te tikken. Of ze schoten met blaaspijpen ook wel erwten tegen het raam. Je snapt, in de huidige tijd een uitgestorven beroep.

Nu sprak ik laatst met Jean-Marc Bilderbeek van Kaderloos. Jean-Marc is “professioneel veranderaar”. Hij bouwt bruggen tussen mens en veranderingen. Doet dat succesvol en met een aanstekelijk enthousiasme. Het grappige was dat wij elkaar ontmoetten op een gezellig feestje en er een indringend gesprek ontstond. Als zoeker heb ik nogal eens mijn grenzen verlegd in mijn leven. Veranderen is mooi, maar eigenlijk is het volledig jeZelf kunnen zijn natuurlijk het mooist. In veranderen zit “worden” en in verzelven zit “zijn”. Voor mij dan. In het gesprek met Jean-Marc viel mij op hoe moeiteloos hij mensen uit hun comfortzone wist te halen. Ook mij. Door exact de juiste vragen te stellen. Heerlijk als mensen dat durven.

Onderweg naar huis besefte ik dat er een WakkerMaker aan het werk was geweest. En kijkend naar mijn leven, mijn hobby’s en passies besefte ik dat ik zelf al jaren graag de WakkerMaker uit hang. In het zakenleven tijdens het maken van mediaplannen. Als vrijwilliger bij het helpen van jonge mensen met psychische problemen. En als strijder tegen een falende bureaucratische gemeentelijke overheid die bijvoorbeeld de burger belazert met een vaag plan voor een mestfabriek naast onze woonwijk in Roosendaal.

Ineens wist ik het.

Ik studeer gewoon al jaren voor WakkerMaker.
En ik ga er wat mee doen….   Het wordt vervolgd dus. Gewoon hier, online. Ik hou je wakker dus.

OPEN BRIEF aan de burgemeester van Roosendaal; J. Niederer

OPEN BRIEF aan de burgemeester van Roosendaal; J. Niederer,

Geachte burgemeester,

Zoals u weet, maak ik mij (samen met vele Roosendalers) al meer dan een jaar zorgen omtrent de plannen voor een Biomineralen Fabriek naast onze woonwijk in Roosendaal. Hierover heb ik al diverse malen geschreven, zie de artikelen in deze rubriek op mijn weblog.

Gisterenavond zag ik met ontsteltenis de beelden uit België. Twee dorpen moesten worden ontruimd vanwege een GIFWOLK omdat er iets mis ging bij een mestverwerkingsbedrijf. Zie het artikel op Nu.nl.

Vanmorgen las ik al ergens dat iemand het mogelijke procedé in Roosendaal wat veiliger vond, omdat hier dan gewerkt zou gaan worden met ZWAVELZUUR en in België met SALPETERZUUR. Nee, dat stelt nogal gerust.
Voor de mensen die niet weten wat de risico’s zijn bij ZWAVELZUUR, zou ik zeggen: Googel gewoon even.

Buiten dit soort rampspoed berichten hebben wij inwoners van Roosendaal afgelopen 13 februari duidelijk onze bezwaren nog eens een keer onderbouwd. Daarna heeft de GEMEENTERAAD met een meerderheid een motie aangenomen waarbij het college de opdracht heeft gekregen de mestfabriek te weigeren.

U als burgemeester maakte iedereen duidelijk dat er dan sprake kon zijn van een ONRECHTMATIGE DAAD.

Mijn vragen aan u als burgemeester, zijn exact dezelfde als die ik eerder in mijn ZIENSWIJZE heb gesteld, en waar tot nu toe nog niemand antwoord op heeft gegeven:

Mijn vragen, opnieuw, aan de burgemeester:
1. Bij wie moet ik aankloppen als straks mijn longklachten verergeren?
2. Bij wie moet ik aankloppen als de waarde van mijn huis gaat dalen omdat ik “onder de rook van een mestfabriek” woon?
3. Bij wie moeten we als bevolking aankloppen als er straks rare ziektes ontstaan door bacteriën, waarvan nog niet exact bekend is wat de gevolgen zijn? (zie Q-koorts, varkensvirus e.d.)
4. Is het nu werkelijk niet mogelijk om een fabriek als deze, eigenlijk welke fabriek dan ook, niet naast een woonwijk te bouwen. Ofwel; zijn er geen alternatieven waar nauwelijks mensen naast wonen?

Deze vragen heb ik 11 december gesteld aan het college van B en W te Roosendaal en aan alle raadsleden. Ik heb nog geen enkel antwoord hierop gekregen.

Een extra vraag, speciaal voor u: is het geen ONRECHTMATIGE DAAD om een ongezonde en gevaarlijke mestfabriek naast een woonwijk te plaatsen?

Graag uw reactie.
Met hartelijke groet,

John Knappers.
(Een burger uit Roosendaal, die er van uit gaat dat het de plicht is van een burgemeester om de volksgezondheid te beschermen.)

Dankjewel Jan van den Bouwhuijsen

image

Het was donderdagmiddag, voor kerstavond. Ik ging met de hond lopen en hoorde iemand achter mij roepen. “John” en wat later toen ik bij hem stond “ik heb wat voor je”.

Jan van den Bouwhuijsen (ik ben mijn hele leven meneer blijven zeggen) vroeg of ik bij hem langs wilde komen, want hij had iets bijzonders voor mij. We spraken dezelfde avond af, kerstavond. Het werd een bijzondere avond. Jan heeft zich zijn hele leven ingezet voor het cultureel erfgoed van Roosendaal en ook voor het religieus erfgoed. En voor de kerk, en de Kruiskerk in het bijzonder. Hij was de laatste tijd thuis bezig met het opruimen van zijn verzameling Brabantica. Jan kon daar prachtige verhalen over vertellen. Ook deze kerstavond. Bij het opruimen van zijn vitrine kast hield hij telkens een prachtig porseleinen wijwaterbakje over. Een wijwaterbakje met een verhaal. Het bleek geweest te zijn van Janus en Coba Kerremans, een oom en tante van mijn vader, waar mijn ouders in 1960 het huis van gekocht hebben in het centrum, waar ik een jaartje later ben geboren. Janus Kerremans was net als Jan betrokken bij de bouw van de Kruiskerk. Rond mijn 6e jaar zijn we verhuisd naar de Westrand in Roosendaal, en werden daarmee straatgenoten van de familie van den Bouwhuijsen. Het prachtige wijwaterbakje had Jan ooit gekregen van ome Janus, en het zou zo maar kunnen dat dit ooit gehangen had in het huis waar ik geboren ben. Nu, op kerstavond, vond Jan het fijn om het aan mij te kunnen geven. Deze mooie avond ontstond een fijn gesprek, zoals altijd bij Jan en Ermelinde aan tafel. Toen ik tegen half tien naar huis ging stond de tafel nog steeds gedekt.

Jan vertelde over zijn hartklachten in de maand november en de lopende onderzoeken waar hij in januari uitslagen van zou krijgen. Met een glimlach op zijn gezicht, een gelatenheid zou ik haast zeggen. “Ach John, een mens moet ergens aan dood gaan en als ik nu nog eens 2 jaar mee kan, dan zijn we 50 jaar getrouwd, en dan is het goed.”

Jan straalde tevredenheid uit over zijn leven, een dankbare man die mij vertelde dat alles goed kwam. Hij kon altijd al luisteren naar je verhaal, zonder met zijn eigen sores te komen. Echt luisteren. Die mensen zijn zeldzaam. Met Jan kon je praten over je twijfel aan het leven, aan de maatschappij of aan je geloof. Hij luisterde. Deze kerstavond hebben we het gehad over zijn ouder worden, over zijn nuchterheid en vertrouwen. Dat hij geen angst had voor de dood.

Op woensdag 6 januari stond ik op het punt om naar hem toe te gaan en te vragen hoe de uitslag was van zijn hartonderzoeken. Op dat moment kwam Ermelinde met haar schoondochter mijn tuintje in lopen. Jan was de avond ervoor rustig in bed overleden.

Jan van den Bouwhuijsen is 80 jaar geworden. Een bijzondere man. We gaan hem missen. Ermelinde heeft met haar kinderen en kleinkinderen een prachtig afscheid georganiseerd. Jan zou trots zijn geweest. Oude rituelen werden zowel in de kerk als op de begraafplaats uitgevoerd. En mooie eerlijke verhalen werden verteld. Er werd gelachen in de kerk.

Jan was een realist, die oude uitspraken gebruikte als “Zand erover.” Een uitspraak die ik nooit koppelde aan het begraven van mensen. Tot we allemaal met een schep het zand op Jan zijn kist konden gooien.

Als ik voortaan deze woorden “zand er over” hoor, zullen ze me altijd terug brengen naar de bijzondere kerstavond van 2015. Het wijwaterbakje krijgt een bijzondere plek in ons huis Jan. Dankjewel.