Een kerk, wat is dat Opa?

Prulleke:
Opa, wat is dat voor gebouw?

Opa:
Dat is een kerk lieverd.

Prulleke:
Wat is dat, een kerk?

Opa:

20121124-160405.jpgDat is een gebouw waar Opa vroeger kwam, toen hij nog klein was.
Samen met zijn vader en moeder en een heleboel andere mensen, tot hij een jaar of 14 was, iedere week, en daarna steeds minder vaak. Alleen nog met speciale dagen. Met Kerstmis en Pasen en zo.

Prulleke:
Wat deden jullie daar dan?

Opa:
Daar kwamen we wekelijks, om ons geloof in God te vieren, uit te spreken, te bidden en te luisteren. Naar wijze mannen, die daar verstand van hadden.
Die ons leerden dat God woonde in die Kerk.

Prulleke:
Gaan we daar dan ook een keer samen naar toe?

Opa:
Dat kan lieverd, maar dan moeten we ergens anders gaan, want in dit gebouw kwamen op een gegeven moment zo weinig mensen, dat de katholieken het verkocht hebben aan een andere club van mensen, die nog wel zo’n gebouw nodig hadden.

Prulleke:
Maar ging jij dan niet meer naar de kerk dan, toen jij wat ouder werd.

Opa:
Nee, toen opa groter werd, vond hij dat geloven in God eigenlijk niet zo belangrijk. Het leek wel of hij er geen tijd meer voor had, of wilde maken.

Prulleke:
Maar geloofde je dan vanaf dat moment niet meer?

Opa:
Nou, inderdaad is Opa zijn geloof jarenlang kwijt geweest. Het zat nog wel ergens verborgen, alleen wist Opa niet meer waar.

Prulleke:
En heb je het dan weer teruggevonden later Opa?

Opa:
Ja, Opa heeft zijn geloof in God weer teruggevonden. Na jaren van twijfel en tegenslagen ging Opa beseffen, dat hij in die kerk eigenlijk verkeerd had leren geloven. Ze hadden hem geleerd om door de ramen van zijn ziel naar buiten te kijken, naar een licht wat daar ergens moest zijn, en wat in dikke boeken werd beschreven, als liefde, God, de bron, hoe je het ook maar noemen wilde.
Ze hadden Opa geleerd dat je aan allerlei regels moest voldoen, om te kunnen geloven. Regels die steeds onzinniger leken te worden.

Prulleke:
Waar vond je dat geloof dan precies?

Opa:
Op een rare plek lieverd, op een moment dat Opa heel erg ongelukkig was. Diep in zichzelf. Het was niet in een gebouw zoals een kerk. Het was eerder een gebouw waar je liever niet komt, waar je eenzaam en alleen bent. Waar je in het donker niemand anders meer treft dan je eigen ziel. Diep in die donkerte was er toch een moment dat het licht werd, zonder dat iemand de lamp aan deed. Opa hoefde alleen maar aan Oma te denken.

Prulleke:
Maar Opa, dan heb je dus helemaal geen gebouw nodig om God te vinden?

Opa:
20121124-160532.jpgDat klopt lieverd. God woont niet in een gebouw. God kun je ontmoeten op de vreemdste plekken. Zo maar, buiten in de natuur, in een ijsvogel of diep in jeZelf.
God leeft in de mensen om je heen, die van je houden, en voor je zorgen. God is de bron van liefde, en als je goed kijkt, vind je die overal. Vaak ontmoet je hem op de momenten waar je het nooit verwacht. Ik zie hem altijd, meteen, als ik diep in jouw oogjes kijk.

Prulleke:
Maar, ehhhh… wat gebeurt er dan met die gebouwen Opa.

Opa:
Veel van die gebouwen worden bestuurd door organisaties die moeten luisteren naar oude mannen uit Rome. Die zeggen dan weer allerlei rare, domme dingen die niets met liefde te maken hebben. Dus steeds meer mensen willen met die organisatie van die kerken iets te maken hebben. Dus, als er dan geen geld meer is, en men kan de gebouwen niet meer gebruiken, dan worden ze gesloopt.

Prulleke:
O, dus misschien staat over een tijd deze kerk er ook wel niet meer.

Opa:
Dat klopt lieverd, over een tijd, een hele lange tijd, zijn al die gebouwen misschien wel weg. Dan weten de mensen niet meer, waarom ze er ooit hebben gestaan. Maar dan kan Opa je dat altijd nog vertellen hoor.

Prulleke:
20121124-160703.jpgNou, Opa… Ik weet het wel hoor. Die kerk heeft er ooit gestaan omdat in de tijd, dat jij nog klein was, God daar woonde. Maar toen jij dus al lang daar niet meer kwam, kon God jou toch nog vinden. Als God jou weet te wonen, dan kunnen we hem toch samen altijd vinden.

Opa:
Ja hoor Prulleke, wij kunnen hem samen altijd vinden. Overal. Altijd.

 

    8 gedachten over “Een kerk, wat is dat Opa?”

    1. Mooi verhaal John!
      Het is voor de mensheid erg moeilijk te accepteren dat alles vergankelijk is. Dus ook instituten als de kerk zijn vergankelijk. Maar vergankelijkheid is heel eng dus wordt er krampachtig vastgehouden aan illusies om vergankelijkheid te voorkomen. Helaas kom je dan vaak in situaties terecht die niets meer met de oorspronkelijke bron te maken hebben en al helemaal niet met Liefde.

    2. John, mooier dan jij hier zou ik het niet geschreven kunnen hebben. Mensen met een bekrompen geest houden krampachtig vast aan een stenen gebouw, dat mag, maar God vind je niet in gebouwen wél in mensen, zelfs in dieren en natuur, overal waar je het maar zien wilt en kunt.
      Vooral in die oogjes van jouw kleinkind. Machtig mooi geschreven. Dank je, dank je wel voor het delen.

    3. Ik sluit mij helemaal wat Anne heeft geschreven…Het moet ieders hart raken, mits het niet uit steen is.
      Bedankt dat ik het mocht lezen.

    4. Verbondenheid in bewustwording
      _”geloven is mensenwerk”-
      Kleine kinderen snappen dat meteen.
      PPhhhh….nu wij nog.

      Mooie woorden John.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *