Voor mijn geboorte was ik niemand.
Zo wordt het ons geleerd.
Maar ja, nu denk ik wat verder door,
Inmiddels besef ik: “Ze hebben het verkeerd”.
Na mijn geboorte was ik iemand.
Tot ik mij bedacht: “Wie ben ik dan?”
Na heel veel denken, kwam ik niet verder.
Dan de dwaze gedachten, van één man.
Nu, besef ik: “Ik ben niemand!”
Zie letters verschijnen op het witte papier.
Jij zit ze nu te lezen…
Was er dan toch iemand hier?
Ja, john, ik zit dat hier te lezen.
Maar wie ben ik? Hoe ik ook zoek – ik vind niemand.
Niemand daar en niemand hier.
Wat een wonder toch!
(Dat ik niemand, niet iemand ben, is wel een aanname van me, een vermoeden jawel, maar geen absolute zekerheid).