Categorie archieven: Gedichten

mij gedachtenkronkels in woorden

Niets in de hand

Ik heb niets in de hand.
Zeker niet de tijd,
Die mij en jou, uiteindelijk zal overleven.

Ik heb niets in de hand,
Zeker niet de ruimte,
Die ons in alles, uiteindelijk zal verzwelgen.

Ik heb niets in de hand,
Zeker niet mij Zelf,
Waarin tijd en ruimte, onmetelijk worstelen.

Ik heb niets in de hand,
Hooguit de leegte en de vrijheid,
Wat een heerlijk gevoel.
                                              © Knappers.nl

Wat rest…

Wat ik denk,
Ben ik zeker niet.
Wat jij denkt,
Al helemaal niet.

Streep ik alles weg,
Wat ik niet ben.
Dan blijft over.
De rest, van wat ik denk..

En dat is hooguit:
Ik Ben.                                                                          
© Knappers.nl

Als het is gedaan

Als het is gedaan,
laat mij dan even liggen.
Zoals een ijsvogel in het gras.
In stilte en in schoonheid,
een uurtje in de zon.
Maar,
Til mij op en neem mij weg,
voor dat er wordt gemaaid.
Schenk mijn veren aan de wind.
Want ooit zal de wind,
het enige zijn wat er over is.
Als het is gedaan.
                                  © Knappers.nl  24-12-2007

…ben ik wie ik ben.

Pas als mijn denken kan verstillen, ben ik wie ik ben.
Pas als niets mij kan verstoren, ben ik wie ik ben.
Pas als zon en maan mij gelijk verlichten, ben ik wie ik ben.
Pas als wij samen één zijn, ben ik wie ik ben.
Pas als ik dit alles niet meer weet, ben ik wie ik ben.
Pas als ik besef dat dit slechts gedachten zijn, ben ik wie ik ben.
Pas als dit gedicht volledig zinloos lijkt, ben ik wie ik ben.
                      

(In september 2008 heb ik dit gedicht al geschreven en dus ook al op mijn blog geplaatst. Nu, een paar maanden later, lijken mijn eigen woorden me nog even zinloos, haha……   dus leek het mij zinvol dit gedicht nog maar eens te “her”-plaatsen. Heroverwegen kan geen kwaad hè, zeker niet bij dit soort vragen, toch?)

Mijn lief

Iemand anders dan mijzelf,
Wilde ik altijd zijn.
Dus keek ik veel naar buiten,
In mijn honger en mijn pijn.
Buiten heb ik nooit gevonden,
Wat diep van binnen verborgen lag.
Pas zonder al mijn maskers,
Begreep ik wat ik zag.
Ogen zijn de spiegels van de ziel,
Want toen ik keek in die twee van jou.
Zag ik niemand anders dan mijn Zelf,
Vandaar dat ik van jou hou.
                               JK, 29 november 2008

Niet weten

Hoe meer ik ga weten,
Hoe harder ik ga vergeten,
Dat ik meer niet weet dan wel.
Ben ik even blij dat ik dit weet.

Als ik je noem bij de verkeerde naam,
Ben ik hooguit vergeten,
Hoe een ander jou noemt.
Wie jij werkelijk bent…?
Dat mag jij zelf lekker weten.
                               

(Dit gedicht heb ik eerder ook al eens geplaatst in januari. Voor de nieuwe bezoekers leek het me best een leuke binnenkomer, dus vandaar nogmaals……  Veel leesplezier op mijn site, groetjes, John)

Het leven lacht…

Het leven lacht mij toe.
Soms met een glim.
Soms met een schater.
Soms met tranen, van het lachen.
Even zout, als van het huilen.
Altijd zeggen die pegels, iets van zout, over de liefde.
Iets van de zee, over eb en vloed.
Over komen en gaan.
Over het leven.

(Dit gedicht had ik in april al geschreven en geplaatst, maar, omdat het mij gewoon even aan inspiratie ontbreekt, val ik maar even in een heerlijke herhaling vandaag….ook omdat ik het er zelf zo mee eens blijf, wat ik niet bij al mijn gedichten kan zeggen hoor.)