Werkgroep Biomineralen reageert op ontwerpbesluit mestfabriek

De Werkgroep Biomineralen die zich verzet tegen de komst van de mestverwerkende fabriek aan de Potendreef te Roosendaal, diende deze week haar zienswijzen in bij het College van Roosendaal op het ontwerpbesluit van de mestfabriek van ZLTO.

In haar schrijven reageert  de Werkgroep op de door ZLTO ingediende rapporten, het MER – en GGD – rapport en het door het College van Roosendaal opgestelde ontwerpbesluit.

biomineralen-img150De Werkgroep wijst het College er op dat  de grondwet de overheid verplicht tot bewoonbaarheid van het land,  de bescherming en verbetering van het leefmilieu en het nemen van  maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Zij vraagt zich af hoe dit te rijmen valt  met een fabriek die een last en gevaar voor de omgeving in zich bergt. .

Zij constateert dat het al vanaf 2013  zowel bij ZLTO als bij het College ontbrak aan enige bereidheid tot communicatie met  de bewoners van het aangrenzende industrieterrein, de Westrand en een deel van het Centrum. Dat gebeurde pas in 2016 toen ZLTO dacht dat men de fabriek toch niet meer tegen kon houden

Naar de mening van de Werkgroep zijn de rammelende rapporten een aaneenrijging van aannames, berekeningen, onzekerheden en veronderstellingen.

Een voorbeeld daarvan is het zoveelste geurrapport waar duidelijk uit blijkt dat men probeert met gebruik van formules tot een acceptabel rekenkundig resultaat te komen: de geurnorm. En dat zou in de praktijk dus weleens behoorlijk tegen kunnen gaan vallen.

En terwijl in de  rapporten het gebrek aan gegevens en de schattingen de pagina’s uitpuilen. beweert het MER-rapport dat er geen leemten in kennis zijn.

Een MER rapport dat volgens het College het voortbrengsel zou moeten zijn van de op 23 juni 2016 door de gemeenteraad ingediende motie. Een zogenaamd MER  rapport wat echter de Werkgroep doet denken aan een spreuk van Jan Vercammen “Bedrogen worden is vervelend, dat weten is onaangenaam, maar weten dat men het weet is onuitstaanbaar.”

Zij merkt nog op dat met deze handeling van het College het belang van de omwonenden werd en is geschaad, maar dat dat kennelijk niet van belang werd geacht, ook niet door de Raad.

De Werkgroep vindt dat het handelen van het College de indruk wekt van vooringenomenheid en partijdigheid wat  in strijd is met het bestuurlijke Fair Play beginsel  .

Naar de mening van de Werkgroep is de  mestfabriek een proefproject. Men had mogen verwachten dat de uiterste nauwkeurigheid, zorgvuldigheid en voorzichtigheid zou worden betracht. Het tegendeel is waar. Als de Werkgroep en de bewoners niet van zich hadden laten horen , had de fabriek er al gestaan met alle gevolgen van dien.

De Werkgroep constateert dat het het GGD rapport mankeert aan eigen inbreng en men in feite alleen maar achter de Omgevingsdienst, het College en de ZLTO aanloopt. De GGD verwacht dat de overlast acceptabel zal zijn. Alleen vergeet de GGD aan te geven wat zij daar onder verstaat.

Helemaal onbegrijpelijk vindt de Werkgroep het gemis aan artikelen over handhaving in het ontwerpbesluit. Op grond van haar ervaringen in het verleden weet de Werkgroep dat, zo niet aan de voorschriften en opgelegde normen zal worden voldaan, het gewoonte is dat er doorgesukkeld zal worden. De fabriek zal  toegestaan worden te experimenteren met allerhande maatregelen en kan zo jaar op jaar een wijk/woonbuurt terroriseren.

De omwonenden hebben dan slechts twee middelen tot hun beschikking: klacht op klacht op klacht op klacht indienen tot ze een ons wegen of gaan verhuizen. De Werkgroep  is van mening dat de omwonenden op die wijze vogelvrij verklaard worden en dat hun woongenot en gezondheid ondergeschikt gemaakt worden aan het belang van Biomineralen B.V..

Zij eist dan ook van het College, zo die van zins zou zijn de vergunning aan Biomineralen te verlenen, dat in de vergunning de sancties vermeld moeten worden  welke zullen worden toegepast als door Biomineralen B.V. niet voldaan zal worden aan de voorwaarden, voorschriften of/en opgelegde normen. Het College zal tevens aan dienen te gegeven op welk moment de sancties zullen leiden tot het onder bestuursdwang stilleggen en/of definitief sluiten van het bedrijf Biomineralen B.V.

De Werkgroep  stelt dat, mochten sancties in de omgevingsvergunning ontbreken, de Werkgroep dat dan zal opvatten als een door het College bewust aansturen op een schending van het vertrouwensbeginsel.

Wat de Werkgroep betreft is er slechts één oplossing om alle problemen in de toekomst te voorkomen: geen vergunning verlenen.

Werkgroep Biomineralen

Zie o.a. Facebook:  https://www.facebook.com/STOPMestfabriek/

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *