Tagarchief: merel

ik hoop dat hij iedere dag even komt kakken

Gisteren had ik een klusjesdag. Even niet te veel denken en gewoon wat dingen doen. Na het avondeten, zat ik in de luie stoel, en viel ik in slaap. Geen gewoonte, maar nu ik toevallig een paar snipperdagen heb om eens even rond huis te lummelen, kan je dit overkomen. Het mag. Op het moment van wakker worden, luisterde ik naar een prachtig nummer van Sting. Hij zong net de woorden ‘how fragile we are’. En dat besef kwam binnen.

Twintig jaar geleden was ik zelf een tijdje in de war. Iets met een psychose. Nu, na al die jaren van stabiliteit, werd ik wakker, en leek ik er even vol in te zitten. De film met beelden van de afgelopen weken, ging even aan me voorbij. Ahh, ik was het niet zelf, nee, de hele wereld lijkt in een psychose te zitten. Erger nog. Het is de realiteit. Ja, de wereld is niet in de war. Niet in de zin van de Nederlandse betekenis. WAR, is het Engelse woord voor oorlog. Dat is het. De wereld is in oorlog. Met een raar virus. Men vermoedt (niet zeker) dat de start van het COVID-19-virus in China is begonnen, omdat de mens daar een exotisch schubdier eet. Andere bronnen vermoeden dat het Corona virus een gemuteerd SARS virus is. Belangrijker is natuurlijk wat de mensheid moet doen om het te stoppen.

Ondertussen zorgt de natuur voor zichzelf. Wie een stukje natuur opzoekt, waar weinig mensen zijn, ziet dat er niets aan de hand lijkt. Vogels fluiten als nooit tevoren, worden niet meer gestoord door het vele lawaai dat wij mensen maken. De bomen staan in bloei. De lente heeft nergens last van. Sterker nog, zelden heb ik zoveel troost gezien in mijn tuin. Het lijkt alsof elke plant die in knop staat, elke vogel die fluit mij toeschreeuwt, roept dat er niks aan de hand is. Een paar jaar terug werd onze trouwe tuinvriend de Merel, getroffen door het Usutu virus. Ik las dat dit virus nog steeds rondwaart. Ondertussen zingt in onze tuin de Koolmees het hoogste lied. En ook de Roodborst kan zich prachtig laten horen, zelfs midden in de nacht bij iets te veel stadslicht.

Nu wilde ik iets bijzonders gaan schrijven, over virussen, hoe ze werken, er uit zien, en wat hun functie is. Maar…. de koffiemachine riep me. En terwijl dit apparaat zijn heerlijke lawaai stond te maken zei ik tegen mijn vrouw: “Ik ben een stuk aan het schrijven voor mijn blog, maar het wil niet vlotten….”. Waarop zij opmerkte, “schrijf dan gewoon wat je wil zeggen!”.

Tja, dat is het. Eigenlijk vroeg ik mij gewoon af wat ‘het nut een virus’ is. En dat nut is volgens mij alleen maar zichzelf vermenigvuldigen. Meer kan ik niet bedenken. En dat dit een gruwelijke ellendige tijd is. De wereld gaat al jaren gebukt onder oorlogen. Mensen die elkaar niet vertrouwen. Daar komt dan nog eens een gruwelijk smerig virus over heen. Zou het virus ons iets willen zeggen, dan is het hooguit misschien dat we als mensen wat minder op een kluitje moeten gaan wonen. Zouden we moeten stoppen met dieren eten?

Heeft het virus een functie om ervoor te zorgen dat soorten zich niet te ver uitbreiden op de wereld? Mogen er niet te veel merels zingen? Zou het zoiets zijn…

Hoe dan ook, het lijkt erop dat onze wereld gereset wordt. Vliegtuigen staan op de grond. De mens verbruikt minder energie dan ooit. Lucht wordt schoner, rivieren helderder.

Kijk ik mijn tuin in: Zit er een merel op de tuinstoel. Hij houdt in ieder geval meer dan anderhalve meter afstand!  Kijkt me aan met een blik, dat hij overal schijt aan heeft en poept een lange witte streep over de rugleuning.

Met liefde ga ik de stoel straks even schoonmaken.

Ik hoop dat hij iedere dag even komt kakken hier.