Zolang de voorraad strekt, blijf ik een idealist.
Jaja, ik weet het. Idealisten zijn dromers. Wordt snel gezegd. En helden liggen op het kerkhof, nog zo’n dooddoener. Ik vind het allemaal onzin, al die aannames. Laat mij een dromer zijn, en gelukkig ook een doener. Een mens moet idealen hebben. Als je die nastreeft, dan ben je dus een idealist. Welnu, prima.
Vorige week zei iemand het tegen mij: “Idealist!” Alsof het een scheldwoord was.
Mijn wedervraag was: “Oh, en wat zijn jouw idealen dan?” Alles wat er daarna uit kwam had direct of indirect te maken met geld. Het grotere huis, de dikkere auto en de verdere vakantie. De genoemde idealen bestonden uit “meer” en “groter”. Maar vooral, later.
Idealen heeft ieder mens, in de zin van dromen over later. Ik droom toch het liefst over nu. Wat ik er nu mee kan doen. Op het moment dat ik er net een beetje over zat te dromen, hoorde ik mijn kleindochter roepen: “Opa Sonnie!” Hobbelend, rennend kwam ze op me af, op zo’n manier dat je denkt, die struikelt zometeen… Maar nee, ze rende recht in mijn armen. Ze had een vogel gezien, en kwam het me even uitleggen.
Haar prachtige stemmetje klinkt als muziek. Slaat regelrecht mijn oren over en raakt me meteen in mijn hart. Op dat moment wilde ik niets anders dan haar vasthouden, knuffelen en diep in die prachtige stuitertjes kijken. Die lach van haar, die is oneindig, zolang de voorraad strekt. Ja, ik weet het. Die stem wil ik mijn leven lang wel horen. Ik ben een idealist. Maar laat mij maar lekker dan….
Op een kerkhof kun je heerlijk rustig dromen. Ik kan het weten: ik kan vanuit mijn serre het Ezinger kerkhof zien…
Mooi stukje!