Gisterenavond was er een inspraak avond voor de gemeenteraad Roosendaal. Samen met wijkbewoners spraken wij in; terug te kijken via dit filmpje. Speciaal voor de raadsleden en andere geïnteresseerden heb ik mijn volledige tekst hier geplaatst.
Geachte voorzitter, leden van de gemeenteraad, college,
Als echte Westrander en Roosendaler ben ik blij dat er besloten is om de wijk op te knappen. Iedereen wil een fijnere, groene, veilige wijk om in te wonen. Dat er veranderingen komen, daarvoor heb ik alle begrip. Ik ga nu niet in op alle details van het Ontwikkelkader voor ‘t Hart van de Westrand. Daar is veel over te zeggen, maar dat red ik niet in 5 minuten.
Wat ik wel wil doen, is mijn zorgen uitspreken. Vanaf het begin van de plannen voor de Gebiedsvisie Westrand gaan er belangrijke zaken gruwelijk verkeerd. Ik heb daarover al diverse columns en filmpjes gemaakt, bij jullie bekend. Men presenteert eerst de plannen, over de hoofden van de inwoners, en pas daarna benoemt men zaken die in een communicatie en particpatietraject VOORAF besproken hadden moeten worden. De participatie met de inwoners is hiermee een farce.
In de stukken van de gemeente wordt gesproken over een “nieuw participatiemoment”.Maar nergens lees ik erkenning dat de participatie tot nu toe tekort is geschoten. Geen reflectie, geen zelfkritiek, geen les. Dat is opvallend, omdat woningcorporatie Alwel zelf inmiddels heeft erkend dat de participatie met omwonenden rond het Permekepleinonvoldoende is geweest. Als zelfs de ontwikkelende partij dat erkent, waarom ontbreekt die erkenning dan bij het college?
Er zijn vertragingen in de processen. Deze worden volledig buiten het college gelegd: complexiteit, landelijke regels, onderhandelingen, Alwel. Echter: beleid maken en regie voeren betekent ook dat je als gemeente keuzes moet maken, prioriteren enbijsturen. In de stukken ontbreekt elke reflectie op de eigen rol van het college in het ontstaan en laten voortduren van deze vertraging. Er wordt gesproken over “perspectief”, en“hernieuwde afspraken”, maar nergens staat een concreet tijdpad. Geen mijlpalen, geen besluitmomenten. Zonder tijd en zonder ijkpunten is perspectief vooral een woord. De visie “Een kansrijke Westrand in 2040” wordt genoemd als kader, maar niet als toets. Wat gebeurt er als ambities niet worden waargemaakt? Welke consequenties verbindt het college daaraan? Zonder consequenties wordt een visie geen verplichting, maar een legitimatie achteraf. Er wordt opnieuw participatie aangekondigd, terwijl essentiële kaders al vastliggen: 55 huurappartementen, een anterieure overeenkomst in voorbereiding, een Design & Build-aanpak.
Ondertussen wordt er na devoorlichtingsavonden, niets aan ons gevraagd. Dat roept de vraag op: waarover mogen bewoners straks nog daadwerkelijk meedenken? Over details, kleur van de balkons, of over wezenlijke keuzes?
Toon Bogers en ik zijn meerdere malen op gesprek geweest bij de ambtenaren. In de verslaglegging wordt toegegeven dat de participatie onjuist voorlopen is en beter moet, we merken er niks van. Ontmoeten we dan de wethouder op een voorlichtingsmiddag dan kunnen we kritische vragen stellen wat we willen. Zij verschuilt zich achter de raad, want, die heeft in 2024 de gebiedsvisie toch goedgekeurd?
Wat is dan die samenwerking tussen college en raad?
Het Permekeplein en benoemde park is een sleutelplek in de Westrand. Toch is de gemeenteraad niet eerder geïnformeerd over stagnerende onderhandelingen en participatieproblemen. Dat schuurt met de rol van de raad als kadersteller en volksvertegenwoordiger. Alles bij elkaar ontstaat een beeld van een proces waarin woorden vooruitlopen op daden, waarin participatie wordt aangekondigd maar niet geëvalueerd, en waarin verantwoordelijkheid vooral extern wordt gelegd.
Daarom sluit ik af met enkele open vragen.Niet om nu te antwoorden, maar neem deze mee:
1. Vindt het college zelf dat de manier waarop dit proces tot nu toe is verlopen recht doet aan de verwachtingen die bij bewoners zijn gewekt met de gebiedsvisie?
2. Als het eerlijke antwoord daarop niet volmondig ‘ja’ is, wat betekent dat dan concreet voor hoe het college vanaf nu gaat handelen?
Mijn persoonlijke slotconclusie is, dat wij hier in Roosendaal al jaren met bestuurders zitten, die volledig hun eigen koers lijken te varen. Het college heeft lak aan de visie van de burgers. Gelukkig zijn er een aantal raadsleden van zeer goede wil, maar zij houden dit college niet in toom. Men is de controle kwijt. In Roosendaal gaat een papieren werkelijkheid rond die op geen enkele manier eer doet aan de sociale werkelijkheid.
Bij het gedrag van dit college moet ik vooral aan Trump denken.
Wil men daarom dan toch die toren van 18 hoog??
Klik op de afbeelding om de inspraak terug te kijken:
Achteraf kwamen er nog wat vragen van de raadsleden die ik mocht beantwoorden. Deze zie je in dit filmpje.
