Categorie archief: Verhaalt

Liefde in stereo

20130325-231233.jpg

20130325-231246.jpgPrulleke:

“Je mag wel bij mij op mijn speelmat liggen hoor.”

Hond:

“Hoezo jouw speelmat? Als ze hier iets op de grond leggen, is het voor mij.”

Prulleke:

“Ik vind jou lief.”

Hond:

“Ik ga er toch niet af.”

(Tot zover een mogelijk gesprek tussen kleindochter en de hond. In de praktijk is het zo dat onze Sjaan (boxer) elke mat in beslag neemt en slechts na flink aandringen afdruipt richting eigen mand. Maar, dat vertellen we hier liever niet…)

Kunst

Ons Prulleke van drie-en-een-half wil iedere week verven tegenwoordig. De koelkast hangt vol met de meest kleurrijke exemplaren. Deze hieronder vinden we zo uniek, die willen graag met jullie delen. Kijk er maar eens naar en denk er gerust het jouwe van. We vinden het nog wat vroeg om haar in te schrijven voor de kunstacademie, maar…

20130105-191623.jpg

De Sint vergeet wel eens wat

20121208-220027.jpg
Hoor wie klopt daar kinderen….. We zaten rustig binnen en toen werd er hard op de deur geklopt. Onze dochter ging samen met kleindochter naar de deur. Snel open. Een boel cadeaus. Maar, waar is Sinterklaas dan?

Prulleke:
Opa, waar is Sinterklaas gebleven?

Opa:
Ik denk dat hij al snel weer, samen met Piet, naar andere kindjes is, om daar ook cadeautjes te brengen?

Prulleke:
Maar nu heb ik hem niet gezien?

Opa:
Ja lieverd, maar je weet toch dat hij jou niet vergeten is?

Prulleke:
Ja. Zullen we de cadeautjes naar binnen brengen?

Opa:
Laten we dat maar doen dan…

Bijzonder toch. Hoe we als kind leren geloven in iemand. Die overal tegelijk kan zijn, alles over ons weet en geen enkel iemand vergeet. Zodra we een jaar of 6 zijn, dan is er altijd wel een volwassene die ons uit die droom helpt.

Als we later, de droom vergeten soms, zelf volwassen zijn, dan moeten we zoveel moeite doen, om dat spontane, eerlijke geloof terug te vinden. Of te behouden.

Geloven is moeilijk in een wereld waarin volwassenen denken alles te moeten weten. Maar waar de onwetendheid groter is dan de echte kennis.
Een wereld waarin wetenschappers elkaar met bewijzen voor de gek houden.
Een wereld waarin wordt gestreden om macht en bezit.

Een wereld waarin miljoenen kinderen nauwelijks of niet te eten hebben.
Ik vertel het mijn prulleke maar niet.
Straks wordt ze nog boos op Sinterklaas.
Omdat hij dan toch al die kinderen vergeten is….

Hey… Are you ok?

Soms hoor je een nummer, en komt het niet binnen. Dan, op een bijzonder moment, een tijd later, komt het weer voorbij. Je luistert, met andere oren en kijkt met andere ogen. Ineens besef je dat het zo ontzettend mooi is. Zo veel verdriet. Zo veel liefde. Afscheid. Dichtbij. Wat een prachtig nummer door een prachtige vrouw. Wende Snijders.

Een kerk, wat is dat Opa?

Prulleke:
Opa, wat is dat voor gebouw?

Opa:
Dat is een kerk lieverd.

Prulleke:
Wat is dat, een kerk?

Opa:

20121124-160405.jpgDat is een gebouw waar Opa vroeger kwam, toen hij nog klein was.
Samen met zijn vader en moeder en een heleboel andere mensen, tot hij een jaar of 14 was, iedere week, en daarna steeds minder vaak. Alleen nog met speciale dagen. Met Kerstmis en Pasen en zo.

Prulleke:
Wat deden jullie daar dan?

Opa:
Daar kwamen we wekelijks, om ons geloof in God te vieren, uit te spreken, te bidden en te luisteren. Naar wijze mannen, die daar verstand van hadden.
Die ons leerden dat God woonde in die Kerk.

Prulleke:
Gaan we daar dan ook een keer samen naar toe?

Opa:
Dat kan lieverd, maar dan moeten we ergens anders gaan, want in dit gebouw kwamen op een gegeven moment zo weinig mensen, dat de katholieken het verkocht hebben aan een andere club van mensen, die nog wel zo’n gebouw nodig hadden.

Prulleke:
Maar ging jij dan niet meer naar de kerk dan, toen jij wat ouder werd.

Opa:
Nee, toen opa groter werd, vond hij dat geloven in God eigenlijk niet zo belangrijk. Het leek wel of hij er geen tijd meer voor had, of wilde maken.

Prulleke:
Maar geloofde je dan vanaf dat moment niet meer?

Opa:
Nou, inderdaad is Opa zijn geloof jarenlang kwijt geweest. Het zat nog wel ergens verborgen, alleen wist Opa niet meer waar.

Prulleke:
En heb je het dan weer teruggevonden later Opa?

Opa:
Ja, Opa heeft zijn geloof in God weer teruggevonden. Na jaren van twijfel en tegenslagen ging Opa beseffen, dat hij in die kerk eigenlijk verkeerd had leren geloven. Ze hadden hem geleerd om door de ramen van zijn ziel naar buiten te kijken, naar een licht wat daar ergens moest zijn, en wat in dikke boeken werd beschreven, als liefde, God, de bron, hoe je het ook maar noemen wilde.
Ze hadden Opa geleerd dat je aan allerlei regels moest voldoen, om te kunnen geloven. Regels die steeds onzinniger leken te worden.

Prulleke:
Waar vond je dat geloof dan precies?

Opa:
Op een rare plek lieverd, op een moment dat Opa heel erg ongelukkig was. Diep in zichzelf. Het was niet in een gebouw zoals een kerk. Het was eerder een gebouw waar je liever niet komt, waar je eenzaam en alleen bent. Waar je in het donker niemand anders meer treft dan je eigen ziel. Diep in die donkerte was er toch een moment dat het licht werd, zonder dat iemand de lamp aan deed. Opa hoefde alleen maar aan Oma te denken.

Prulleke:
Maar Opa, dan heb je dus helemaal geen gebouw nodig om God te vinden?

Opa:
20121124-160532.jpgDat klopt lieverd. God woont niet in een gebouw. God kun je ontmoeten op de vreemdste plekken. Zo maar, buiten in de natuur, in een ijsvogel of diep in jeZelf.
God leeft in de mensen om je heen, die van je houden, en voor je zorgen. God is de bron van liefde, en als je goed kijkt, vind je die overal. Vaak ontmoet je hem op de momenten waar je het nooit verwacht. Ik zie hem altijd, meteen, als ik diep in jouw oogjes kijk.

Prulleke:
Maar, ehhhh… wat gebeurt er dan met die gebouwen Opa.

Opa:
Veel van die gebouwen worden bestuurd door organisaties die moeten luisteren naar oude mannen uit Rome. Die zeggen dan weer allerlei rare, domme dingen die niets met liefde te maken hebben. Dus steeds meer mensen willen met die organisatie van die kerken iets te maken hebben. Dus, als er dan geen geld meer is, en men kan de gebouwen niet meer gebruiken, dan worden ze gesloopt.

Prulleke:
O, dus misschien staat over een tijd deze kerk er ook wel niet meer.

Opa:
Dat klopt lieverd, over een tijd, een hele lange tijd, zijn al die gebouwen misschien wel weg. Dan weten de mensen niet meer, waarom ze er ooit hebben gestaan. Maar dan kan Opa je dat altijd nog vertellen hoor.

Prulleke:
20121124-160703.jpgNou, Opa… Ik weet het wel hoor. Die kerk heeft er ooit gestaan omdat in de tijd, dat jij nog klein was, God daar woonde. Maar toen jij dus al lang daar niet meer kwam, kon God jou toch nog vinden. Als God jou weet te wonen, dan kunnen we hem toch samen altijd vinden.

Opa:
Ja hoor Prulleke, wij kunnen hem samen altijd vinden. Overal. Altijd.

 

Diervriendelijk vlees?

Diervriendelijk vlees

20121111-130720.jpgJa, ik eet wel eens een stukje vlees. Niet dagelijks, maar laat ik om te beginnen hier meteen aangeven dat ik geen pure vegetariër ben. Toch ben ik mij terdege bewust dat, als we anders met ons voedsel en omgeving omgaan, er veel voor onze wereld en natuur te winnen valt. Hoe diervriendelijk ben ik dan?

Nu ben ik in principe graag vriendelijk voor dieren, maar sinds wanneer kan vlees ook vriendelijk zijn. Vreemd…
Volgens mij sinds een handige reclame goeroe bedacht heeft dat de term “diervriendelijk vlees” een geweldige truc is om ons met een gesust geweten een stukkie vlees te laten verorberen. Zo van, ach, het beestje heeft een mooi leven gehad, dus dan is het geen probleem.
Diervriendelijk vlees is in feite een “contradictio in terminis” ofwel tegenspraak in termen.
Organisaties als Wakker Dier, die ik overigens een zeer warm hart toedraag werken goed samen met clubs uit de vleesverwerkende industrie om er voor te zorgen dat de leefomstandigheden van de beesten verbeteren. Klasse!

Toch zou ik ze op willen roepen om dit soort eufemismen te vermijden.
Stel je komt op straat en iemand wil je doodslaan met een ijzeren knuppel, maar, weldenkend als hij is, hij besluit je dan toch maar te doden met een injectienaald.
Dan gaan we jou toch ook geen “mensvriendelijk slachtoffer” noemen?

Dieren op dak

Dierentuinen hebben nogal eens de neiging om daar te ontstaan, waar mensen wonen. Ofwel, vaak midden in een grote stad. Mensen willen die dieren gaan bekijken en gaan dan het liefst in hun heilige koe. Met zijn allen in het autootje, op naar de dierentuin. Gevolg: flinke parkeerproblemen!
Mijn kleindochter van 3 heeft er vanmiddag in een half uurtje de oplossing voor gevonden. Ze was met twee autootjes aan het spelen en die moesten droog staan, vanwege de hoosbuien. Vandaar samen met opa een garage gebouwd met haar Lego blokken.
“Opa, dan kunnen we de dieren toch op het dak zetten?”
“Natuurlijk meisje!”

20120711-232551.jpg

Zo, nu even dit plan posten naar stads-ontwikkelaars en politieke organisaties. Want volgens mij is ons prulleke sneller met het oplossen van dit soort problemen dan de geleerden in Den Haag.

de stropdassen van onze taal

20120708-010126.jpg

de hoofdletters zijn de stropdassen van onze taal. ze worden gebruikt voor woorden die belangrijk gevonden moeten worden. woorden die uit zichzelf niet echt respect afdwingen, maar met een hoofdletterig stropdasje, vallen ze net wat meer op. zou je er bijna eerder naar gaan luisteren.

nu ben ik geen liefhebber van stropdassen. sterker nog, het kan wel meer dan 10 jaar geleden zijn dat ik er eentje droeg. het bevalt me prima. hoe langer ik er over nadenk, hoe belachelijker ik het ding ben gaan vinden. mijn wereld, is sowieso een rare, maar tegenwoordig dus, wat mij betreft ook stropdasloos. sterker nog, als ik mensen met stropdassen zie, kan ik me niet onttrekken aan de vraag of ze er denken status aan te ontlenen, of het meer gezag uitstraalt. het verhaal van de chef werkplaats die tijdens het repareren van een draaiend deel van een motor met zijn stropdas vast kwam te zitten en dit bijna met de dood moest bekopen, draagt wellicht bij aan mijn steeds negatievere beeld in de loop der jaren. ach, ik ben het gewoon een raar ding gaan vinden.
heb er in dit stukje over “maskers” ook al eens eerder over geschreven: http://www.knappers.nl/maskers-aan-de-muur-graag/

bovenaan begon ik met “hoofdletters als stropdassen van de taal”. meteen werd ik benieuwd hoe dan een wat langere tekst eruit zou zien zonder hoofdletters. een briefje zoals vroeger mijn lieve schoonmoeder ze schreef, zonder hoofdletters, zelfs zonder punten.
dit laatste ging me wat te ver, maar die hoofdletters heb ik maar eens weggelaten. ben benieuwd.
viel het je op? op welk moment dan, in deze tekst? of heb je ze niet gemist?

Mijn grote kleine liefde

20120603-215714.jpg

Deze maand wordt ze 3, onze kleindochter. Gisteren was ze de hele dag bij ons, en in tegenstelling tot wat de weermannetjes ons voorspelden, was het prachtig weer, dus, wij naar de speeltuin. Heerlijk in het zonnetje, een terrasje en wat in schommels en draaimolens hangen. Wat wil je eigenlijk meer.
Ze schiet van het ene naar het andere speeltoestel. In haar heerlijke taalgebruik lijken woorden soms veel op elkaar. Uiteraard trekt ze zich daar niets van aan. Roept ze ineens: “Opa, er zit iemand in mijn schoen!” Ze ging zitten met haar beentjes in de lucht. Of ik even het stuifzand uit haar schoentjes wilde halen. “Die andere ook Opa!”
Terwijl ik haar schoentjes terug dicht gesp zeg ik: Wat ben je toch een eigenwijsje!” Zegt zij: “Nee Opa, ik ben Carice!”