Categorie archief: Verhaalt

Doe mij nog een biertje…

De tijd gaat snel, zeker op internet. Een paar jaar geleden was iemand die een weblog bijhield, vernieuwend bezig. Inmiddels begint het erop te lijken dat bloggen al weer ouderwets is. De sociale media lijkt het bloggen in te halen, in al haar nieuwste vormen. Vaak met de diepgang van een soepbord.
Als we kijken naar kwantiteit, en het gedrag van de huidige internetbezoeker, dan lijkt het er op, dat de snelle vluchtige wereld van de sociale media de harten van de meeste, vooral jongere, internetbezoekers, veroverd heeft.

Ook deze ouderwetse blogger, heeft de sociale media verkend. Ik twitter met vlagen, rommel wel eens wat op Facebook en ben zakelijk actief op Linkedin. Deze week was nog in het nieuws hoe verslavend de sociale media zijn. Veel jongeren kunnen geen minuut zonder hun gsm, en wanneer er een bericht binnenkomt, worden ze nerveus wanneer ze het niet meteen kunnen lezen. Iedereen wil zijn imago zo “snel en trendy” mogelijk in stand houden, en doet zich vooral mooier voor dan hij is. Eigenlijk, als je er een beetje langer over nadenkt, is het natuurlijk te krankzinnig voor woorden. Maar goed, “lang nadenken” daar hebben we al internettend weinig tijd voor.
Je bent in gesprek met iemand, die krijgt een berichtje binnen op zijn gsm en deze persoon onderbreekt het gesprek om deze gsm te checken. “Hallo, ben ik nog in beeld?” denk ik dan.

In gedachten bel ik over een jaar of 10 de huisarts. Voel me namelijk niet helemaal fit. De assistente neemt op: “Meneer Knappers, als u zich niet lekker voelt, stuur dan even foto van vanochtend via Facebook, dan kijken we er even naar, dat twitteren we uw recept meteen naar de apotheek, en dit kunt u dan zometeen al ophalen. Wel even uw gsm meenemen, voor uw identificatie graag.”

Al mijmerend loop ik de kroeg binnen, naast de apotheek. Heerlijke muziek, bekenden aan de bar. Ik bestel een biertje. Op het moment dat ik voel dat ik wat bij begin te trekken, begint mijn gsm te rinkelen. De apotheek, zie ik in mijn scherm….

Ik leun een stukje over de bar. Laat mijn gsm in de spoelbak plonsen.
“Doe mij nog maar een biertje, neem er zelf ook eentje, en heb jij toevallig de krant van gisteren liggen? Of kun je me vertellen wat er vorige week gebeurd is misschien?”

Wij bepalen toch of het goed komt?

Van nature ben ik een positief ingesteld mens. Als het hard gaat waaien geloof ik meer in het bouwen van een windmolen, dan in het schuilen achter een scherm. Toch is er iets wat mij verbaast.

Naarmate ik ouder wordt, lijkt het alsof de wereld om ons heen aan het verslechteren is. Zou dat ook echt zo zijn? Of komt het door de verandering van onze wereld, de honger naar sensatie van onze media en de oppervlakkige nieuwsgaring van onze huidige journalistiek?
Moord, doodslag, verkrachting, ontvoering en allerlei andere ellende lijkt aan de orde van elke dag te zijn.

Na wat gezoek op internet las ik ergens dat wereldwijd steeds meer landen in oorlogen verwikkeld zijn. De conflicten worden echter sneller beëindigd en eisen veel minder mensenlevens dan vroeger. Deze gegevens zouden afkomstig zijn van de Verenigde Naties.

Hieruit zou je dus moeten concluderen dat het niet slechter gaat dan vroeger. Het enige wat ik me dan kan voorstellen is dat we dus inderdaad door de huidige media zo overstelpt worden met “negatief” nieuws, dat we er vanzelf in gaan geloven.

Hoe meer van dit nieuws tot ons komt, hoe meer het volgens mij onze gemoedstoestand negatief kan beïnvloeden. Dit is dan ook de reden dat ik probeer om, net als velen, ook “goed en mooi nieuws” tot me te nemen. En te delen. Andere bloggers die daarin gespecialiseerd zijn, volg ik dan ook graag. Het zijn de lichtdragers die het handigst te volgen zijn, zeker in het donker. Dragen ze echt iets bij tot een positievere wereld, dan voeg ik ze regelmatig toe aan de kolommen rechts.

Als we een mooiere wereld willen, zullen we er zelf in moeten geloven. Zullen we er zelf iets aan moeten doen. Want volgens mij beslissen wij met zijn allen welke kant we uit gaan. Wij, dat zijn jij en ik. Toch?

Knappertjes

In de vorige blogpost is er natuurlijk gezellig wat gefantaseerd op een bestaand merk. Jaren geleden echter heeft Verkade zich al eens laten inspireren door onze familienaam. De Knappertjes schijnen een goed lopend product te zijn geworden. U hoeft dus niet te wachten tot 2014! Onze grootvader was bakker Knappers, dus we gaan binnen de familie toch maar eens uitzoeken of hij die Knappertjes toen al niet bedacht heeft. En dan even praten met Verkade uiteraard.

20120310-120732.jpg

Dorst?

Ook al wordt er op deze blog geen advertentieruimte verkocht, toch denken we af en toe, dromerig eens na over sponsor-concepten. Het eerste kievitsei is zojuist gevonden in Friesland, hoor ik net. Dus, met het voorjaar al in zijn bol wellicht, zit onze ontwerper Edwin al ergens in gedachten op een zonnig terras. Denkend over logo’s en ideetjes voor Knappers.nl is hij bij het genieten van een heerlijk, helder biertje toch een beetje in de war geraakt zo te zien. Het schijnt nog niet overal te bestellen te zijn, onze redactie hoorde echter al wel dat er plannen waren van de brouwer om per 2014 de eerste Knappertjes uit te leveren.

20120310-114351.jpg

“Met spijt, namens mijn kleinzoon”

Hij stond wat raar geparkeerd, zo net voor de kruising en half op de weg. De jongen zat te graaien in zijn dashboard en toen ik langs liep, met de hond, sprak hij me aan.
“Mijnheer, mijnheer…” klonk hij wat paniekerig. Ik draaide me om en stopte. Hij stapte uit zijn Golfje en vroeg of ik hem kon helpen. Vertelde me een verhaal dat hij zonder benzine stond, dat hij zijn hond naar een dierenhospitaal moest brengen, omdat het beestje ziek was, maar dat hij dus geen geld had om te tanken want zijn portemonnee lag thuis. Het kwam er vlot uit.

Met een portie gezonde argwaan vroeg ik waar hij woonde. Of hij een rijbewijs bij zich had. Nee, maar hij had wel een kopietje in de auto. Kon hij zo pakken. De jongen bleek 19, naam en gegevens stonden op het rijbewijskopietje. Bijna huilend vroeg hij of ik hem 20 euro kon lenen.

Het verhaal kwam zo overtuigend over en de gedachte dat wanneer mijn kinderen zoiets zou overkomen, dat ik dan ook op hulp van anderen zou hopen, deed mij besluiten hem de gevraagde 20 euro te lenen. Ik gaf hem mijn gsm nummer, en hij zou bellen over het terugbetalen.

Het kopietje van zijn rijbewijs legde ik thuis in de boekenkast. Het lag er een week later nog. Uiteraard moet hij nu nog bellen.
Nu had hij tijdens zijn “oplichtersverhaaltje” verteld dat zijn opa en oma in een flat in de buurt woonden. Na even zoeken in het telefoonboek vond ik dezelfde achternaam in die flat en belde ik die mensen. Opa nam op. Ik wilde deze man uitleggen waarom ik belde, en na een paar woorden, onderbrak deze man mij al: “Ach nee, is het weer zover….” De man vertelde mij een triest verhaal. Dat zijn kleinzoon deze truuc al maanden toepaste. Met grotendeels het zelfde basisverhaal, dat hij zonder benzine staat en een zieke hond heeft.

De politie bellen bleek zinloos. “Mijnheer, deze man pleegt geen strafbaar feit” krijg je daar te horen. De jongen bleek een verslavingsprobleem te hebben en onder behandeling te zijn voor een psychisch probleem. Triest. Op zich.
Meteen realiseerde ik mij dat hij in gezonde toestand beter in zou kunnen schrijven op de toneelacademie. Hij zou er met vlag en wimpel slagen.

Die avond laat hoorde ik de brievenbus klepperen. Op de mat lag een envelopje, wellicht met schaamte in het donker bezorgd. Met daarin de 20 euro. En een briefje, geschreven door zijn Opa. “Met spijt, namens mijn kleinzoon”.

(Hoewel dit verhaal is geplaatst in de rubriek “Verhaalt” moet ik er helaas bij vertellen dat dit ongeveer een jaar geleden waar gebeurd is. Op diverse sociale media werd er voor gewaarschuwd. De 20 euro hebben we aan goed doel geschonken.)

De Partij van de Liefde

“De mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest.”
Weerhoudt deze stelling ons van de echte vrijheid?

Ik hoorde mezelf vroeger vaak zeggen: “We leven in een vrij land!” Wat verstaan we onder een vrij land? Is ons land nog steeds een vrij land, of leven we onder het juk van de angst? Al jaren kennen we politieke partijen die het woord vrijheid in hun naam dragen. Ze werven hun kiezers echter niet vanuit deze vrijheid, maar eerder juist door het aanjagen van haat en angst. Angst voor mensen met een andere geloofsovertuiging, een andere taal of een andere huidskleur. Angst voor alles wat “anders” is.Hoe kan het toch dat mensen zich zo laten sturen door angst. Ik heb altijd mogen leren, en geprobeerd om juist te kijken naar mogelijkheden, naar kansen. Wie de nadruk legt op negativiteit zal uiteindelijk slechts vervuld raken met haat. En met haat verdrijf je geen haat. Het enige wat haat kan verdrijven, is liefde. Ik heb geen enkel verstand van politiek en zeker geen ambities in deze richting. Zeker wil ik jullie op mijn blog ook niet lastig vallen met politiek. Voor mij is het namelijk veelal een spel met dubbele agenda’s, waarbij ik mij niet thuis voel.
Maar mocht ik ooit in een vlaag van verstandsverbijstering toch een politieke partij willen oprichten, dan denk ik dat het de PvdL gaat worden. De Partij van de Liefde. Kijk ik meteen even op Google, ontdek ik dat mijn idee echt niet zo uniek is. Er zijn al diverse pogingen geweest. Het blijkt dus toch niet mee te vallen. De liefde. Misschien moeten we de politici maar eens gaan heropvoeden. In ieder geval onze kinderen. Komt het ooit nog wel goed. Door de liefde.Als mijn tekst klaar is, lees ik hem altijd nog even na, op taal- en tikfouten. Ondertussen moest ik even denken aan een grote held, Martin Luther King. Kijk even op: www.martinlutherking.org Heb je een kwartiertje over voor misschien wel de meest belangrijke speach van de vorige eeuw (1963), kijk en luister dan hier naar “I Have a Dream”. Mij lukt het nooit zonder kippevel.

Nothing Stays

“Nothing stays!” riep hij keihard, terwijl hij schuin omhoog keek naar iemand op een balkon, naar een flatgebouw, wat er niet stond. Hij zat op een betonnen muurtje op de pier, waar ik regelmatig ging vissen, tussen wat Franse mannen, in het prachtige haventje van Le Lavandou.Ik geniet ervan om tijdens mijn vakantie in Zuid Frankrijk heerlijk dagelijks een paar uurtjes wat te vissen. Uitzicht op zee, haventje om me heen. Klein hengeltje, maakt niet wat ik vang. “Pour se plaisire” zoals de Fransen dit daar volgens mij noemen.
Ik was naast hem gaan zitten, maar niet te dichtbij. Op een afstand die vissers ongeveer aanhouden om niet in elkaars lijn te verwarren. De jongeman naast me, had echter geen vislijntje nodig om in de war te raken, hij was het al. Terwijl ik mijn spullen uitpakte en mijn hengeltje monteerde voelde ik dat hij naar me zat te kijken. Op het moment dat ik even vriendelijk terugkeek, en naar hem knikte, draaide zijn hoofd meteen naar de zee. Een minuut of 5 later, ik had mijn hengel nog maar net in het water liggen, nog geen “beetje” gezien, riep hij weer keihard. “Nothing stays!” Ik keek weer even opzij, maar de jongeman was volledig in zichzelf en keek weer omhoog, boos in de lucht. Streek daarbij wat over zijn baard van een paar maanden.Op dat moment kwam er een oude herdershond het piertje op sukkelen. Ik had het beest al eerder zien schooien bij de terrassen even terug. Nog proberen aan te halen, maar de hond was schuw en eigenlijk alleen geïnteresseerd in wat eten. Echt zoals die vakantie-zwerfhonden dat wel eens zijn.Toen ik zo’n half uurtje zat te vissen, een keer was opgestaan om de lijn te ontwarren, zag ik pas dat de jongeman een gitaar in een oude koffer naast zich had staan. De hond ging naast hem liggen en het leek alsof hij even uit zijn droomgesprek met de “balkon persoon” los leek te komen. Hij gaf het beest wat brood uit een plastic zak, en ik kon zien dat hij een tijdje zelf nauwelijks iets gegeten had. Ik keek vriendelijk opzij en zei: “Hi, I’m John. What’s your name?” Het bleef een paar seconden stil, en het enige antwoord wat ik kreeg was. “What’s the use to tell you. Nothing stays!” De woorden klonken dit keer een stuk minder boos, maar zeker overtuigd. Elk antwoord was zinloos, en voor ik een vraag terug kon stellen was hij al weer in gesprek met de “balkon persoon”. Even had ik beet, de vis was meteen weg, het aas ook. Kortom, de beestjes waren die ochtend slimmer dan ik. Hij pakte zijn gitaarkoffer op, stopte wat kleding in een  grote plastic boodschappentas terug en stond op. Ik realiseerde me dat ik een paar heerlijke verse croissants bij me had, van het bakkertje naast het hotel. Toen ik hem die twee croissants aanbood, zag ik een glimlach. Even kijk hij me recht aan. Even leek hij in de realiteit. De broodjes verdwenen in de tas, en al hoofdschuddend liep hij richting boulevard.’s Avonds, toen ik met mijn lief over het strand liep, zagen we een groepje jongens en meiden rond een gitarist op het strand zitten. De uitvoering Nothing Stays van “Silvertide” werd geniaal gespeeld in een akoestische uitvoering waar Bob Dylan een puntje aan had kunnen zuigen.
Toen we verder liepen wist ik dat hij gelijk had.
De golven namen zijn muziek over.    “Nothing Stays!”

Knipoog van God

IjsvogeltjeHet vroor dat het kraakte. Een zaterdag, begin januari 2006. We waren de ochtend weg geweest en toen ik rond lunchtijd thuis kwam, stond de hond blij klaar voor een lekkere wandeling. Prachtig zonnig vriesweer, dus wij gingen voor een flink eind. Aan de rand van onze wijk ligt een mooie visvijver die me altijd herinnert aan de tijd dat ik als jochie van een jaar of 10 heb leren vissen van mijn opa. Heb toen de prachtige ijsvogel voor het eerst gezien. Daar is die liefde begonnen. Mijn opa beweerde dat het beestje tijdens het vissen wel eens even op zijn hengel was gaan zitten, om een goed vissersoog over het water te kunnen laten gaan. Het leek me altijd stug, later heb ik het teruggezien in een documentaire over de ijsvogel. Het was dus geen sterk verhaal.
Mijn verhaal lijkt dit wel te worden…… Ik loop met de hond richting de vijver en bedacht me dat ik al die jaren erna, nooit meer de blauwe flits heb mogen zien. Toen ik de vijver naderde, dacht ik bij mezelf, wat zou het mooi zijn, om hier, nu zo’n 35 jaar later, dat prachtige beestje nog eens te ontmoeten. Dacht nog bij mezelf, dat dit dan een knipoog van God zou zijn, als ik vandaag de ijsvogel weer eens mocht zien. Ik passeer de woningen die langs de vijver staan, kom bij een flinke struik aan de rand van het water, en schrik me rot. Een blauwe flits schiet langs mijn hoofd, over het water. Duikt met een flits erin, pikt een visje eruit. Vliegt naar de overkant van de vijver, draait en komt terug. Langs me heen, en gaat dan richting bomen. Daar konden mijn ogen de snelheid niet meer volgen.
De knipoog van God. Ik vroeg erom, en kreeg hem. Ik was al verliefd op de ijsvogel. Toen wist ik het zeker. Ik ben een geluksvogel!