Categorie archief: Columns

Hoe sociaal zijn wij?

Op voorhand mijn verontschuldigingen aan al mijn “vrienden op de sociale media”. Wat nu volgt is een algemeen verhaal, en zal wellicht mijn netwerk wat verkleinen. Haha. Wie de schoen past, trekt hem aan.

imageHet zal jullie ook wel eens opvallen hoe oppervlakkig de sociale media zijn. Als ik bijvoorbeeld een opvallende, leuke foto plaats, of opzichtige cartoon, dan regent het likes. En op twitter retweets, of “favorietjes”. Op Facebook, om even appels met appels te vergelijken (zie volgende alinea) heb ik dan zomaar 50 likes of zo, binnen een paar uur. Voorbeelden te over, je zult het vast herkennen.

Wanneer ik echter een blog plaats over iets wezenlijks wat er toe doet… (hoe de gezondheidszorg onder politieke druk, maling lijkt te krijgen aan psychische beperkingen, of hoe de mensheid er voor gezorgd heeft dat er nog maar 3 biljoen bomen op deze wereld staan, in plaats van 6 biljoen….) tja, dan krijg je na een dag een stuk of 2 likes. Mensen kijken, maar lezen niet. Liken soms om elkaar wat veren in de kont te douwen of zo, of… Zouden er een aantal verslaafd zijn aan dat plop-geluidje?

Ik riep laatst op een verjaardag, dat “Facebook voor domme mensen was”, waar ik dan zelf ook toe behoorde uiteraard. Domme uitspraak natuurlijk. Welnu, deze blogpost nuanceert een beetje waar ik toen op doelde. Mensen lezen nauwelijks op de sociale media. Ze kijken, vormen binnen anderhalve seconde hun mening, en hoppa…., ineens zou ik gezegd hebben dat de drol van de koning net zo hard stinkt als de mijne. Terwijl ik dat nooit gezegd heb (behalve hier dan) maar dat net die ene zin uit die enorme tekst van een cabaretier was, en …. daar zijn ze dan mee weg. “John zei dat….”
Een “like” op Facebook wil vaak niet meer zeggen als “ik heb het gezien”. Anders kan ik de likes onder overlijdensberichten niet verklaren.

Waar ik echt simpel van kan worden is hoe “sociaal” mensen zijn op de sociale media, als het gaat om politieke vraagstukken zoals nu het vluchtelingenprobleem in Europa. Als je dan eens, buiten je eigen netwerk de pagina’s van bepaalde nieuwsbronnen bekijkt, en ziet wat een (behoorlijk) aantal Nederlanders daar van vindt, dan zou je bijna denken dat dit soort nieuwsbronnen bestaan bij de gratie van egoïsme, woede en haat.

Ik blijf dan altijd maar hopen dat een deel van de medemensen wat langer nadenkt. Zich ook eens probeert te verplaatsen in die ellende van deze mensen.
Wat zou jij doen, als je leefde in een land zonder toekomst? Nog los van de vraag of daar oorlog heerst of alleen maar economische ellende.
Zou jij niet proberen om jouw kinderen in een beter land een toekomst te geven?

Omdat mensen op Facebook de linkjes nauwelijks tot zich nemen, ga ik zometeen deze hele tekst maar eens op Facebook plaatsen. Niet voor de likes. Maar wel om gewoon om eens te kijken hoeveel sociale mensen er nog zijn.

Zo. Ik moest het even kwijt. Toch heerlijk, zo’n eigen weblog. Je mening lekker uitschrijven binnen een (eigen) kader van andere berichten, waar je zelf achter staat.
En of jij het nu liket, retweet, leest, beantwoordt of wat dan ook… Het maakt niet uit.
Zolang je maar kijkt of je het met jezelf eens bent, met wat je erover denkt.

Dreaming about Blondie

Pijn aan je schouder is natuurlijk in de basis onprettig. Toch kan pijn ook een voordeel hebben. Je maakt al slapend een onhandige draai, schiet wakker van de pijn. En dan ineens besef je dat je midden in een bijzondere droom zat. Als ik normaal uitgeslapen of van de wekker ontwaak, lijkt dromenland er al een beetje op te zitten.
Maar, toen ik vanmorgen dus rond een uur of zes door die versleten schouder werd gewekt, besefte ik dat net even aan het dansen was met Blondie. Blondie? Ja die ja, Deborah Harry, in een café in Rucphen. Hoe krijg je het bij elkaar zou je zeggen.
Verder was zo’n beetje de hele familie aanwezig, inclusief mijn vrouw. Ik zag dat ze zich afvroeg wie die bijna 70 jarige blonde vrouw was. (Deborah Harry is van 1 juli 1945).
Nu is mijn vrouw niet jaloers van harte, maar, als ik had gedanst met de Blondie zoals ze, net iets eerder in mijn droom, het café binnenwandelde, tja, dan denk ik dat ze toch iets meer vraagtekens had gekregen.

Ik denk dat je een man, van ergens in de 50 moet zijn, die wellicht nog wel eens op een Zundapp zou willen stappen, om het bijzondere aan deze droom te begrijpen.
Omdat ik Blondie in Rucphen niet ga tegenkomen, denk ik dat ik het maar bij een rit op mijn oude brommer ga houden. Tot de volgende droom.

De piloot? Of wij, met zijn allen?

Verschrikkelijk. Een piloot die besluit uit het leven te stappen en in zijn bizarre beslissing 149 andere mensen meeneemt. Een drama, waar ik vanuit mijn eigen achtergrond wat langer over nadenk, dan wenselijk wellicht. De mensen uit de media, die denken zo lang niet na. In de kranten maar ook op TV (programma’s als DWDD) vliegen de meest belachelijke termen en aannames rond je oren. Van “gestoorde moordenaar” tot “levensgevaarlijke gek”.

En natuurlijk wordt zo snel mogelijk geoordeeld, want ja, bij elk drama moeten we een schuldige hebben. De piloot? Zijn jeugd? De vliegmaatschappij en haar regels? Van alles wordt erbij gehaald. “Wie is de schuldige?”, is hetgeen je hoort gonzen.

Staat iemand er wel eens bij stil, dat we misschien allemaal deze ramp op ons geweten zouden kunnen hebben? Met zijn allen, als maatschappij, als samenleving.

We leven in een wereld waar het nog steeds “not done” is om over je psychische probleem te praten. Naar ik begrepen heb is het in de wereld van piloten een behoorlijke macho cultuur, dus ja, misschien nog moeilijker om tijdig aan de bel te trekken, als het niet goed gaat in je hoofd.

Als wij als samenleving niet zo ingewikkeld en stigmatiserend zouden doen over psychische problemen, dan zou een piloot in een vergelijkbare situatie wellicht eerder laten blijken dat hij niet lekker in zijn vel zat. Zijn we als samenleving dus ook een soort van “mede schuldig”, omdat we met zijn allen blijven stigmatiseren?

Wie is er nu gek?

Vorige week had ik mijn halfjaarlijkse afspraakje met mijn psychiater. Ja mensen, ik ga er namelijk niet altijd van uit dat al mijn gedachten kloppen, dus vind ik het altijd fijn om even een kwartiertje te praten met de man die daar verstand van heeft. Of mijn gedachten juist zijn, is nooit met zekerheid te zeggen, maar dat ze op dat moment voldeden aan het beeld wat onze maatschappij van “normaal” heeft, is voor mij voldoende. Ach, wat is normaal? Ik heb geen idee…

Toen ik naar huis reed dacht ik: “Als ik nu prima stabiel ben, en ons land een puinhoop vind, wie is er dan in de war?” Mijns inziens moest het aan ons land liggen.

Rijken worden rijker, armer worden armer. De grootste partij van ons land wordt voor een deel gerund door een stelletje zakkenvullers wat daar harteloos aan meewerkt. Diverse namen uit hun partij zijn de afgelopen tijd gekoppeld aan oplichterij en misstanden.

imageAls een ontspoorde minister van volksgezondheid roept dat er sprake is van duistere krachten, dan vraagt niemand zich blijkbaar af, of deze dame niet een beetje in de war is. Zou ze wat medicijnen nodig hebben? Of heeft ze roekeloos het advies opgevolgd van de eerste de beste spindoctor, die iets zei als: “Mevrouw Schippers, als u nu gewoon wat paranoïde dingen roept; dat iedereen het op uw partij gemunt heeft, dan komt het wel weer goed.”

Weet u wat me nog het meeste verbaast: dat ze er nog mee weg lijkt te komen ook. Vanochtend zag ik wat peilingen voor de komende verkiezingen, en jawel, ze krijgen er zelfs nog wat stemmen bij. Wat zegt dit over Nederland? Wat zegt dit over de sociale intelligentie van de gemiddelde Nederlander? Ik durf het haast niet te zeggen. Stel dat de gemiddelde Nederlander mijn blog leest?

O nee, natuurlijk niet. De gemiddelde Nederlander leest de Telegraaf, kijkt vooral naar commerciele zenders op de TV, geniet van foto’s op Facebook en praat hooguit met de buurman als ze de hond uit laten.

Ik denk dat het daar tijd voor wordt. Om de hond uit te laten.

PS:
Vandaag las ik op twitter deze uitspraak van (mede-blogger) Peter Pellenaars:
“Normaal en abnormaal vormen samen de siamese tweeling waaruit het alledaagse leven bestaat.” Met deze gedachte in mijn achterhoofd, en wat naweeën van de afgelopen week, ontstond als vanzelf deze blogpost. Ik kan er verder weinig aan doen, zo gaan die dingetjes.

Plastic en wind. Roosendaal en afval.

Plastic en wind zijn helaas niet altijd vrienden. In Roosendaal, en vast ook in andere steden, ontdekte men dit afgelopen week. Een flinke storm, precies op de dag dat men overal hun plastic afval op straat legt, zorgt binnen enkele uren dat het lijkt alsof je op een vuilnisbelt woont.

Als hondenbezitter loop je regelmatig door je eigen wijk (ja, ik ruim ze op die drollen) en bij ons in Roosendaal valt het je overal op dat de Gemeente Roosendaal er moeite mee heeft de stad schoon te houden. Het probleem ligt dan meestal bij burgers die het wat minder nauw nemen met de regels, maar in dit geval bij de gemeente.

We hebben in Roosendaal al 3 containers waarin we ons afval aan kunnen bieden. Papier, GFT en restafval. Uiteraard is “scheiden bij de bron” voor iedereen interessant, dus bedacht men dat ook plastic wel eens apart kon worden aangeboden. Om nu niet iedereen lastig te vallen met een 4e container (onze tuintjes zijn al haast containerparken) bedacht men het al oude ophalen in plastic zakken. Plastic in plastic.

Waar het mis ging? Simpel: de plastic zakken zijn zo dun en zwak dat je er al gaten in scheurt, als je er nog maar naar kijkt. Logisch dat een beetje wind alles door de hele wijk strooit. Bijgaande foto, in Roosendaal West genomen, spreekt voor zich. Persoonlijk breng ik de plastic zakken met plastic zelf naar de container van de gemeente, samen met de hond. Niet iedereen woont er zo dicht bij, dus logisch dat mensen in dit geval “luisteren naar de gemeente” en het aan straat leggen.

Toch benieuwd hoe lang het duurt dat men bij de gemeente wakker wordt en iets beters bedenkt?
Zou het opruimen achteraf wellicht meer kosten dan het scheiden vooraf oplevert?

Dierenliefde?

20121215-185904.jpgOh. Wat houden we toch van dieren. Er spoelt een bultrug aan op een eilandje bij Texel. Terwijl deze prachtige walvis misschien wel de bedoeling heeft gehad om te rusten of te sterven, wie zal het zeggen, gaat heel Nederland er zich mee bemoeien. Voor je het weet is er een kompleet mediacircus losgebarsten. De bultrug wordt tijdens het radionieuws als groter leed eerder genoemd dan de 27 doden in een Amerikaans dorpje.
Blijkbaar drukt verdriet zich uit in kilo’s. Politici zijn onderweg, instanties tegen dierenleed roepen om het hardst. Iedereen heeft een mening.
Ondertussen zweeft het dier door mensenbemoeienis, na een mislukte euthanasie poging ergens tussen leven en dood. Want redden lukt niet, maar doden ook niet. Wie het beest in de ogen kijkt kan het verdriet voelen.

Het is bijna kerst. Kunnen we het beest dan niet slachten. Een walvis van 20.000 kilo levert toch aardig wat porties vlees op?
Maar nee, dat kan niet, dat mag niet.
Vlees komt uit de supermarkt en wordt door onze reclamewereld zelfs “diervriendelijk” genoemd.
Die bultrug heeft een mooier en vrijer leven gehad dan welke plofkip in zijn 6 weken durende leven in een gevangenis ooit heeft kunnen genieten.
Ik zou zeggen, eet smakelijk mensen.
En niet nadenken hoor, wat u in de pan gooit.
Dat stukkie vlees heeft nooit een strand op Texel kunnen vinden.

De Sint vergeet wel eens wat

20121208-220027.jpg
Hoor wie klopt daar kinderen….. We zaten rustig binnen en toen werd er hard op de deur geklopt. Onze dochter ging samen met kleindochter naar de deur. Snel open. Een boel cadeaus. Maar, waar is Sinterklaas dan?

Prulleke:
Opa, waar is Sinterklaas gebleven?

Opa:
Ik denk dat hij al snel weer, samen met Piet, naar andere kindjes is, om daar ook cadeautjes te brengen?

Prulleke:
Maar nu heb ik hem niet gezien?

Opa:
Ja lieverd, maar je weet toch dat hij jou niet vergeten is?

Prulleke:
Ja. Zullen we de cadeautjes naar binnen brengen?

Opa:
Laten we dat maar doen dan…

Bijzonder toch. Hoe we als kind leren geloven in iemand. Die overal tegelijk kan zijn, alles over ons weet en geen enkel iemand vergeet. Zodra we een jaar of 6 zijn, dan is er altijd wel een volwassene die ons uit die droom helpt.

Als we later, de droom vergeten soms, zelf volwassen zijn, dan moeten we zoveel moeite doen, om dat spontane, eerlijke geloof terug te vinden. Of te behouden.

Geloven is moeilijk in een wereld waarin volwassenen denken alles te moeten weten. Maar waar de onwetendheid groter is dan de echte kennis.
Een wereld waarin wetenschappers elkaar met bewijzen voor de gek houden.
Een wereld waarin wordt gestreden om macht en bezit.

Een wereld waarin miljoenen kinderen nauwelijks of niet te eten hebben.
Ik vertel het mijn prulleke maar niet.
Straks wordt ze nog boos op Sinterklaas.
Omdat hij dan toch al die kinderen vergeten is….

Een kerk, wat is dat Opa?

Prulleke:
Opa, wat is dat voor gebouw?

Opa:
Dat is een kerk lieverd.

Prulleke:
Wat is dat, een kerk?

Opa:

20121124-160405.jpgDat is een gebouw waar Opa vroeger kwam, toen hij nog klein was.
Samen met zijn vader en moeder en een heleboel andere mensen, tot hij een jaar of 14 was, iedere week, en daarna steeds minder vaak. Alleen nog met speciale dagen. Met Kerstmis en Pasen en zo.

Prulleke:
Wat deden jullie daar dan?

Opa:
Daar kwamen we wekelijks, om ons geloof in God te vieren, uit te spreken, te bidden en te luisteren. Naar wijze mannen, die daar verstand van hadden.
Die ons leerden dat God woonde in die Kerk.

Prulleke:
Gaan we daar dan ook een keer samen naar toe?

Opa:
Dat kan lieverd, maar dan moeten we ergens anders gaan, want in dit gebouw kwamen op een gegeven moment zo weinig mensen, dat de katholieken het verkocht hebben aan een andere club van mensen, die nog wel zo’n gebouw nodig hadden.

Prulleke:
Maar ging jij dan niet meer naar de kerk dan, toen jij wat ouder werd.

Opa:
Nee, toen opa groter werd, vond hij dat geloven in God eigenlijk niet zo belangrijk. Het leek wel of hij er geen tijd meer voor had, of wilde maken.

Prulleke:
Maar geloofde je dan vanaf dat moment niet meer?

Opa:
Nou, inderdaad is Opa zijn geloof jarenlang kwijt geweest. Het zat nog wel ergens verborgen, alleen wist Opa niet meer waar.

Prulleke:
En heb je het dan weer teruggevonden later Opa?

Opa:
Ja, Opa heeft zijn geloof in God weer teruggevonden. Na jaren van twijfel en tegenslagen ging Opa beseffen, dat hij in die kerk eigenlijk verkeerd had leren geloven. Ze hadden hem geleerd om door de ramen van zijn ziel naar buiten te kijken, naar een licht wat daar ergens moest zijn, en wat in dikke boeken werd beschreven, als liefde, God, de bron, hoe je het ook maar noemen wilde.
Ze hadden Opa geleerd dat je aan allerlei regels moest voldoen, om te kunnen geloven. Regels die steeds onzinniger leken te worden.

Prulleke:
Waar vond je dat geloof dan precies?

Opa:
Op een rare plek lieverd, op een moment dat Opa heel erg ongelukkig was. Diep in zichzelf. Het was niet in een gebouw zoals een kerk. Het was eerder een gebouw waar je liever niet komt, waar je eenzaam en alleen bent. Waar je in het donker niemand anders meer treft dan je eigen ziel. Diep in die donkerte was er toch een moment dat het licht werd, zonder dat iemand de lamp aan deed. Opa hoefde alleen maar aan Oma te denken.

Prulleke:
Maar Opa, dan heb je dus helemaal geen gebouw nodig om God te vinden?

Opa:
20121124-160532.jpgDat klopt lieverd. God woont niet in een gebouw. God kun je ontmoeten op de vreemdste plekken. Zo maar, buiten in de natuur, in een ijsvogel of diep in jeZelf.
God leeft in de mensen om je heen, die van je houden, en voor je zorgen. God is de bron van liefde, en als je goed kijkt, vind je die overal. Vaak ontmoet je hem op de momenten waar je het nooit verwacht. Ik zie hem altijd, meteen, als ik diep in jouw oogjes kijk.

Prulleke:
Maar, ehhhh… wat gebeurt er dan met die gebouwen Opa.

Opa:
Veel van die gebouwen worden bestuurd door organisaties die moeten luisteren naar oude mannen uit Rome. Die zeggen dan weer allerlei rare, domme dingen die niets met liefde te maken hebben. Dus steeds meer mensen willen met die organisatie van die kerken iets te maken hebben. Dus, als er dan geen geld meer is, en men kan de gebouwen niet meer gebruiken, dan worden ze gesloopt.

Prulleke:
O, dus misschien staat over een tijd deze kerk er ook wel niet meer.

Opa:
Dat klopt lieverd, over een tijd, een hele lange tijd, zijn al die gebouwen misschien wel weg. Dan weten de mensen niet meer, waarom ze er ooit hebben gestaan. Maar dan kan Opa je dat altijd nog vertellen hoor.

Prulleke:
20121124-160703.jpgNou, Opa… Ik weet het wel hoor. Die kerk heeft er ooit gestaan omdat in de tijd, dat jij nog klein was, God daar woonde. Maar toen jij dus al lang daar niet meer kwam, kon God jou toch nog vinden. Als God jou weet te wonen, dan kunnen we hem toch samen altijd vinden.

Opa:
Ja hoor Prulleke, wij kunnen hem samen altijd vinden. Overal. Altijd.

 

Diervriendelijk vlees?

Diervriendelijk vlees

20121111-130720.jpgJa, ik eet wel eens een stukje vlees. Niet dagelijks, maar laat ik om te beginnen hier meteen aangeven dat ik geen pure vegetariër ben. Toch ben ik mij terdege bewust dat, als we anders met ons voedsel en omgeving omgaan, er veel voor onze wereld en natuur te winnen valt. Hoe diervriendelijk ben ik dan?

Nu ben ik in principe graag vriendelijk voor dieren, maar sinds wanneer kan vlees ook vriendelijk zijn. Vreemd…
Volgens mij sinds een handige reclame goeroe bedacht heeft dat de term “diervriendelijk vlees” een geweldige truc is om ons met een gesust geweten een stukkie vlees te laten verorberen. Zo van, ach, het beestje heeft een mooi leven gehad, dus dan is het geen probleem.
Diervriendelijk vlees is in feite een “contradictio in terminis” ofwel tegenspraak in termen.
Organisaties als Wakker Dier, die ik overigens een zeer warm hart toedraag werken goed samen met clubs uit de vleesverwerkende industrie om er voor te zorgen dat de leefomstandigheden van de beesten verbeteren. Klasse!

Toch zou ik ze op willen roepen om dit soort eufemismen te vermijden.
Stel je komt op straat en iemand wil je doodslaan met een ijzeren knuppel, maar, weldenkend als hij is, hij besluit je dan toch maar te doden met een injectienaald.
Dan gaan we jou toch ook geen “mensvriendelijk slachtoffer” noemen?

Stemmingmakerij

Verkiezingstijd. Politici moeten stemmen werven, dat begrijpen we allemaal. De tijd van spierballentaal en roeptoeterij is dan ook weer helemaal aangebroken.

20120826-160338.jpgWat me opvalt is dat de gemiddelde politicus niet echt geleerd heeft om op een fatsoenlijke manier te communiceren. Ze laten elkaar niet uitpraten, kunnen zichzelf alleen de hemel in prijzen door een ander af te kraken en zijn overtuigd van het gegeven “dat de hardste schreeuwers toch wel gelijk krijgen”.

In hun stellingnames appeleren ze continu aan het angstgevoel van hun doelgroep. Ze denken te weten hoe de kiezer denkt en zitten vol met aannames over hun gedrag en keuzes. Het feit dat er ooit werd gesproken over de zgn. gemiddelde kiezer in termen als “Henk en Ingrid” was al te ziek voor woorden. Ook al zegt men dat dit achterhaald is, je ziet aan de non-verbale communicatie van onze toekomstige landsbestuurders, dat ze echt denken te weten wat er leeft. Bij sommigen straalt de arrogantie er van af.

Welnu: mijn verzoek aan deze politici: luister eens echt naar je medemens. Oordeel zonder te veroordelen. Laat zien dat mensen je raken en probeer eens beslissingen te nemen die gedreven worden door liefde, en niet door angst.

Heeft men jullie dan nooit uitgelegd waarom je slechts één mond hebt en twee oren?