Categorie archief: Columns

De bel! Bijna 21 u. Donker! Moet Essent of de BankGiroLoterij zijn

img_0506Maandagavond 3 oktober. Bijna 21:00 uur. Avond en aardedonker buiten. Bij mijn ouders van in de 80 gaat de bel. Twee promotiemedewerkers van Essent staan aan de deur voor een gesprek. Bij mensen die overigens al hun hele leven klant zijn. Die liever niet zo laat vreemden aan hun deur hebben, enfin, dat is wellicht de wijze waarop men bij Essent trouwe klanten beloont? Mijn pa geeft meteen aan dat hij hier zo laat niet van gediend is, en belt de politie. Die controleren daarna de legitimaties, en als in de desbetreffende gemeente de Algemene Politie Verordening dit toestaat, is de kous af. Als ik dan nog wat vervelende tweets hierover stuur aan Essent, krijg ik keurig bedankjes voor de tips, ze geven het door aan desbetreffende afdeling. En, je raadt het al, ze colporteren lekker verder.

Gisterenavond, bij mij aan de deur, 20:45 uur, een hyperenthousiaste verkoper van de BankGiro Loterij. Niet om te vertellen dat ik een miljoen heb gewonnen trouwens. Nee, hij mag een aanbieding doen… Op het moment dat ik aangeef hoe belachelijk ik hun late actie vind, wijst de beste man meteen op zijn vergunning, dat dit mag in Roosendaal, etc. Wanneer ik wederom ga klieren op Twitter, wordt mij meteen gevraagd naar de postcode. Dan gaan ze kijken wat ze er aan kunnen doen. Jaja. Misschien het promotie bureau betere instructies geven?

Telkens blijkt dat 21:00 uur heilig is bij de aanbellers; hoe donker het is maakt ze weinig uit, ze werken gewoon verder. Wordt het geen tijd dat politie, gemeentes en dit soort bedrijven met elkaar rond tafel gaan om hier gezonde afspraken over te maken?

Vanavond, wordt het in het TV journaal melding gemaakt van een trieste overval op bejaarde mensen in Valkenburg. Meteen erna verschijnt keurig een politieman die de oudere burger nog eens adviseert om niet zomaar voor iedereen open te doen. Zeker niet in het donker. Vergunningen worden dus gewoon afgegeven. Hoeveel respect hebben deze bedrijven, en de overheid met hun belabberde vergunningen, voor de burger dan? Wat ik mij daarnaast ook nog afvraag is, of bedrijven als Essent en de BankGiro Loterij er niet bij stil staan hoe bizar slecht dit is voor hun imago?

Ik hoop dat deze blog gelezen wordt door hun marketing en directie, wellicht worden ze wakker. Of moet ik wellicht bij hen midden in de nacht aanbellen?

Zitten wij in 2046 in de SHITZOOI in Roosendaal?

Hij vond het jammer dat ik er volgens hem “met gestrekt been in ging”. Een wethouder in Roosendaal, die ik aansprak op sociale media. En ja, inderdaad, ik heb behoorlijk gedramd op twitter, en met een filmpje op YouTube. En op Facebook. Als ongeruste inwoner van Roosendaal, die liever niet naast een stinkende mestfabriek komt te wonen ben ik de afgelopen maanden flink los gegaan. Googel even op “mestfabriek” en “Roosendaal” en we komen elkaar tegen. Ik geef ruiterlijk toe dat ik voor de bestuurders van onze stad een luis in de pels ben. Prima, die zijn nodig volgens mij, om te blijven beseffen dat het jeukt.

De wethouder gaat net als de meeste politici op sociale media geen discussie aan. We lezen in de regionale krant, vaak vertekende berichten. Journalisten zijn blijkbaar niet altijd in staat om een gemeenteraardsvergadering correct samen te vatten. Dus de “burgerjournalisten” die we tegenwoordig allemaal samen zijn, die komen vanzelf in opstand. Ook ik…

imageWaarom? Omdat ik tot in mijn vezels besef dat een Biomineralen Fabriek naast de bestaande Vuilverbranding van SITA/SUEZ niet bepaald een verrijking is voor ons leefmilieu. Ik heb politieke partijen aangesproken op hun verantwoording. Ik ben fan en supporter van de Werkgroep Biomineralen. Een club mannen die meer verstand heeft van de gevolgen voor ons milieu dan de gemeenteraad van onze stad. Alle inspanningen van deze werkgroep en enkele weldenkende politici ondersteund door verontruste burgers, hebben er voorlopig toe geleid dat er een nieuwe Mileu Effect Rapportage komt. De Gemeenteraad vond dat uiteindelijk toch wel nodig.

Bij deze MER plaats ik meteen een kanttekening, omdat ik uit alles opmaak dat het de gemeenteraadsleden vooral te doen is om het “gerust stellen” van de inwoners van Roosendaal. Of ze echt beseffen dat een mestfabriek ongezond is EN op deze locatie naast een woonwijk niet thuis hoort, daar twijfel ik nog aan. De tijd zal het gaan leren.

Mocht die Mestfabriek onverhoopt er toch gaan komen, dan gaan we als bewoners van Roosendaal er qua gezonde lucht niet op vooruit. En wellicht tonen onderzoeken over een 30 jaar aan, dat we hogere percentages met longziekten of andere kwalen aantreffen in Roosendaal.

Als dit in 2046 zover mocht komen, en mijn kleindochter vraagt tzt als ik 84 ben aan mij:

“Opa, waarom hebben jullie daar niks aan gedaan toen in 2016?”.
Dan zal mijn antwoord zijn: “Tja, Carice, we hebben daar met een heleboel mensen wat aan willen doen, maar er was in die tijd veel geld mee gemoeid, en er waren jaren daarvoor al plannen gemaakt, waar de wijze politici niet op terug durfde te komen. Ze durfden ook hun wethouders en partijbesluiten niet af te vallen, dus tja, de democratie heeft er voor gezorgd dat we nu in de SHITZOOI zitten hier”.

Je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben

imageDe column hieronder heb ik na toestemming van Roos Schlikker, doorgeplaatst op deze blog. Stond vandaag in Het Parool. Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Deze week: de moedige moeder van Rémon W.                                   

Je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben.

Het zijn haar ogen waardoor ik blijf kijken. Lieve, droevige ogen. Het waren zíjn ogen waardoor zij gealarmeerd raakte. “Lege ogen. Hij had geen geweten meer.”

Ik staar naar haar, Monique van der Sandt die in RTL Late Night haar verhaal doet. Haar zoon Rémon W. reed in een gestolen auto een vierjarig jongetje van de sokken. Dood.

“Hartstikke ziek,” noemt Monique haar zoon. Hij heeft een bipolaire stoornis met psychoses. Al tijden was ze bang dat hij iemand de dood in zou sleuren. Ze belde GGnet, psychiaters, wijkagenten. “Niemand wilde luisteren.” Ze schreeuwde het uit toen ze hoorde wat hij vorige week aanrichtte.

‘Ik ben zo bang dat mensen straks iedereen eng vinden die het heeft’

Je zal maar een kind met zo’n ziekte hebben, denk ik terwijl ik naar haar verhaal luister. Dan schrik ik van mijn volgende gedachte: je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben.

De volgende morgen open ik Facebook en zie ik dat mijn moeder een foto heeft geplaatst met daarop een briefje. Ik glimlach om haar lieve priegelhandschrift, maar terwijl ik lees, krijg ik het warm.

‘Beste mensen. Graag een ode aan de moeder van ­bipolaire zoon die zo’n vreselijk ongeluk veroorzaakte. Gisteren zo moedig aangeschoven bij Humberto op tv. Kijk a.u.b. terug als je het gemist hebt. Mijn hart huilt bij zoveel miscommunicatie. Hoop zo dat het wat teweegbrengt. Wat ik nog vreselijk graag wil zeggen is dat niet alle bipolairen gevaarlijk zijn, de meesten zijn volstrekt ongevaarlijk. Liefs, Emma.’

Het is de laatste zin waardoor ik me schaam. Want ook ik legde de connectie.

Ik bel haar. “Mam, die Rémon, dat ben jij niet.” Nee, dat weet ze. “Ik ken niemand die zo agressieloos is als jij,” ga ik verder. “Ja,” zegt ze. “Mam. Dit ben jij niet.” Ze onderbreekt me. “Kreeg jij ook zo’n déjà vu?” Ik knik, onzichtbaar voor haar. De kastjes, de muren, de ­gebrekkige diagnoses, de GGZ-stroop, we hebben er net zo goed in vastgekleefd gezeten. “Ik ben het niet, maar ik héb het ook. En ik ben zo bang dat mensen straks iedereen eng vinden die het heeft.”

Dat zou niet raar zijn. De schutter van Orlando werd door zijn vrouw bipolair genoemd. De vrouw uit Bennekom die zichzelf in brand stak, had een bipolaire stoornis met psychosen. De moordenaar van Els Borst: kneiter­psychotisch. Overal lezen we over het Grote Gestoorde Gevaar.
“Maar we zijn niet allemaal gewetenloos, dat moeten de mensen weten.” Het is even stil.

“Ik moest erom huilen,” vervolgt ze zachtjes. “Om dat jongetje?” “Ja. En om die moeder. En om die zoon.”

Ik glimlach. Hoeveel geweten kun je hebben? Mijn adem aait de telefoon. “Denk je dat het stom was, dat ik dat briefje publiceerde? Ik vind het best eng. Straks denken mensen dat ik gek ben.”

“Ben je mal!” roep ik. Voor het eerst lacht ze. “Ja, een beetje wel. Maar volstrekt ongevaarlijk.” We hangen op. Op Twitter lees ik de terechte reacties op RTL Late Night. ‘Wat een moedige moeder,’ staat er. En dat is Monique. Net als die van mij.

Hoe belangrijk is het leven van een kind?

Laat ik beginnen met de mededeling dat ik respect heb voor iedereen die zich in zet voor een prettige en veilige samenleving. Dit gezegd hebbende, kom ik toch met de vraag of onze overheid (politiek/justitie) hun prioriteiten wel goed op orde heeft?

Een paar weken terug reed ik enkele kilometers te hard op de A2, en ik kreeg, volkomen terecht, een boete van over de 100 euro. Logisch, ik moet me maar aan die afgesproken snelheid houden.

Nu woon ik in een prachtige woonwijk in Roosendaal waar we met zijn allen hebben afgesproken om niet harder dan 30 km/u te rijden. Daar spelen namelijk kinderen, vaker dan op de snelweg. In onze stad zijn jaren geleden de koffieshops gesloten, maar dit wil natuurlijk niet zeggen dat er geen drugs verkocht worden. Had iedereen kunnen bedenken dat dit dan op een andere manier gaat geregeld worden. Dit gebeurt tegenwoordig op bestelling, in de wijk. Dan rijdt er ineens een veel te dure auto met een snelheid van over de 100 km door onze straat en wijk langs de kinderspeelplaats. Alsof je ineens midden in het decor van een actiefilm woont.

imageAls je de politie belt, moet je eerst je verhaal aan iemand in Tilburg of zo vertellen, en dan komt een half uur later een politie busje een rondje door de wijk rijden.

Jaja, dat werkt.

Zou het niet eens slim zijn om ook weer in de woonwijken op snelheden te controleren? En wat meer te handhaven?

Of is de staatskas vullen langs de snelweg, belangrijker dan het leven van een kind?

Vrijheid…. Hoezo vrijheid?

imageWist jij dit? Vandaag is het “BackToTheFuture”-day. In deze filmklassieker uit de tachtiger jaren wordt letterlijk verwezen naar de datum van vandaag: 21 oktober 2015. Omdat het mijn vrije woensdag was vandaag, en ik er tijd voor had, las ik e.e.a. terug over deze film. En als vanzelf gingen mijn gedachten terug naar 30 jaar geleden. Naar wat er in deze tijd in mijn leven gebeurd is. Maar ook naar hoe de wereld veranderd is.

Inmiddels ben ik 54 jaar, en als ik als opa terugkijk, naar de eerste helft van mijn leven (als optimist die ik ben) dan lijkt er veel gebeurd te zijn. Zoals bij ons allemaal…
Ik heb mogen leren dat een gezond leven niet zomaar vanzelfsprekend is. Dat een beetje tegenslag helemaal niet zo erg is, dat het je dwingt om na te denken over nieuwe mogelijkheden in het leven.

Maar is er in al die jaren om ons heen ook zo veel veranderd?
De mensen hebben meer haast gekregen, en minder geduld. We leven in een onverdraagzame samenleving en als ik de geschiedenisboekjes erbij pak, dan kan ik niets anders concluderen dan dat we met zijn allen weinig hebben geleerd van onze historie. Er wordt gesproken over vrijheid, maar het is een begrip wat nog steeds niet begrepen wordt. De politieke partijen die dit woord vrijheid in hun naam dragen, zijn namelijk helemaal niet voor vrijheid.

Hoezo vrijheid? Met hun “vrijheid” doelen ze alleen maar op welvaart, voor een kleine groep, uit hun “eigen land”. En om die “welvaart” te beschermen, bouwen ze daar het liefst een muur omheen. De mensen die vluchten voor oorlog worden over dezelfde kam geschoren als de mensen die migreren om geluk te zoeken. En dat je geluk niet moet zoeken, maar moet delen, tja, leg dat maar eens uit. Ondertussen wordt de sfeer in ons land grimmiger. Haat verspreid zich blijkbaar gemakkelijker dan liefde. In de dertiger jaren van de vorige eeuw was er ook veel onrust in Europa en daarbuiten. We weten allemaal waar dit toe geleid heeft. Op dit moment lijkt er een zelfde onrust te zijn. Onder invloed van de huidige, snelle maar niet altijd handige media hebben onze leiders steeds meer moeite om de boel te besturen. Mensen maken zich zorgen, ik ook.

Er worden open brieven aan haatzaaiende politici geschreven. Maar of deze mannen in staat zijn iets van liefde te herkennen, is de vraag.
Of het schrijven van deze blogpost nog zin heeft, vraag ik me ook af. Want wellicht wordt dit hooguit gelezen door mensen die dezelfde gevoelens delen. Degene die geloven in het zaaien van haat, zijn, als ze al wat lezen, halverwege deze blog al afgehaakt. Omdat mijn woorden niet passen in hun egoïstische wereldje.

De vraag die rest:
Hoe bereik je deze mensen, en breng je ze op andere gedachten?
Heb jij een idee?

Hoe zouden wij dan behandeld willen worden?

Op een uur of 4 vliegen, vechten mensen een gruwelijke oorlog. Het waren altijd beelden van het journaal, van veraf. Nederland leek zich er niet echt zorgen om te maken. Maar nu het voor iedereen letterlijk en figuurlijk dichterbij komt, maken mensen zich wel zorgen. Er komen duizenden vluchtelingen ons land binnen en iedereen heeft daar een andere mening over. Natuurlijk is het een ingewikkelde materie, en daar waar angst een rol speelt, haken politiek en media er op in. De mens verdedigt nu eenmaal eerder zijn eigen vrijheid, dan die van een ander.

Journaalbeelden. Volle treinen, gezinnen in paniek trekken hun kindjes nog net op tijd door een raampje naar binnen. Onwillekeurig moet ik denken aan beelden die ik ken van tv, en verhalen van ouderen. Uit de oorlogsjaren 40-45. Gruwelijk. Geschiedenissen herhalen zich. Volkeren vluchten al duizenden jaren, voor oorlogen en ellende. De mens lijkt niet echt wijzer te worden.

Als ik kijk naar de vluchtende kinderen, verplaats ik mij in de gedachten van die ouders.
Wat als mijn gezin, wat als ik…. Zou ik dan ook….?

Vanavond zag ik een tweet van Gert Brouwer:

image“Over 20 jaar kunnen wij aan deze kant van het hek staan….en hoe willen wij dan behandeld worden?”
(Bron foto: Volkskrant)

De vraag dreunde na….

Als ik binnenkort, bij het uitlaten van de hond, die ene man tegenkom die vorige week ineens tegen me zei dat “ze de grenzen maar moesten sluiten hier”, dan zal ik hem deze vraag van Gert maar eens stellen.

Baat het niet, dan schaadt het niet. Misschien gaat hij er heel even over denken. Hoop ik dan.

Hoe sociaal zijn wij?

Op voorhand mijn verontschuldigingen aan al mijn “vrienden op de sociale media”. Wat nu volgt is een algemeen verhaal, en zal wellicht mijn netwerk wat verkleinen. Haha. Wie de schoen past, trekt hem aan.

imageHet zal jullie ook wel eens opvallen hoe oppervlakkig de sociale media zijn. Als ik bijvoorbeeld een opvallende, leuke foto plaats, of opzichtige cartoon, dan regent het likes. En op twitter retweets, of “favorietjes”. Op Facebook, om even appels met appels te vergelijken (zie volgende alinea) heb ik dan zomaar 50 likes of zo, binnen een paar uur. Voorbeelden te over, je zult het vast herkennen.

Wanneer ik echter een blog plaats over iets wezenlijks wat er toe doet… (hoe de gezondheidszorg onder politieke druk, maling lijkt te krijgen aan psychische beperkingen, of hoe de mensheid er voor gezorgd heeft dat er nog maar 3 biljoen bomen op deze wereld staan, in plaats van 6 biljoen….) tja, dan krijg je na een dag een stuk of 2 likes. Mensen kijken, maar lezen niet. Liken soms om elkaar wat veren in de kont te douwen of zo, of… Zouden er een aantal verslaafd zijn aan dat plop-geluidje?

Ik riep laatst op een verjaardag, dat “Facebook voor domme mensen was”, waar ik dan zelf ook toe behoorde uiteraard. Domme uitspraak natuurlijk. Welnu, deze blogpost nuanceert een beetje waar ik toen op doelde. Mensen lezen nauwelijks op de sociale media. Ze kijken, vormen binnen anderhalve seconde hun mening, en hoppa…., ineens zou ik gezegd hebben dat de drol van de koning net zo hard stinkt als de mijne. Terwijl ik dat nooit gezegd heb (behalve hier dan) maar dat net die ene zin uit die enorme tekst van een cabaretier was, en …. daar zijn ze dan mee weg. “John zei dat….”
Een “like” op Facebook wil vaak niet meer zeggen als “ik heb het gezien”. Anders kan ik de likes onder overlijdensberichten niet verklaren.

Waar ik echt simpel van kan worden is hoe “sociaal” mensen zijn op de sociale media, als het gaat om politieke vraagstukken zoals nu het vluchtelingenprobleem in Europa. Als je dan eens, buiten je eigen netwerk de pagina’s van bepaalde nieuwsbronnen bekijkt, en ziet wat een (behoorlijk) aantal Nederlanders daar van vindt, dan zou je bijna denken dat dit soort nieuwsbronnen bestaan bij de gratie van egoïsme, woede en haat.

Ik blijf dan altijd maar hopen dat een deel van de medemensen wat langer nadenkt. Zich ook eens probeert te verplaatsen in die ellende van deze mensen.
Wat zou jij doen, als je leefde in een land zonder toekomst? Nog los van de vraag of daar oorlog heerst of alleen maar economische ellende.
Zou jij niet proberen om jouw kinderen in een beter land een toekomst te geven?

Omdat mensen op Facebook de linkjes nauwelijks tot zich nemen, ga ik zometeen deze hele tekst maar eens op Facebook plaatsen. Niet voor de likes. Maar wel om gewoon om eens te kijken hoeveel sociale mensen er nog zijn.

Zo. Ik moest het even kwijt. Toch heerlijk, zo’n eigen weblog. Je mening lekker uitschrijven binnen een (eigen) kader van andere berichten, waar je zelf achter staat.
En of jij het nu liket, retweet, leest, beantwoordt of wat dan ook… Het maakt niet uit.
Zolang je maar kijkt of je het met jezelf eens bent, met wat je erover denkt.

Dreaming about Blondie

Pijn aan je schouder is natuurlijk in de basis onprettig. Toch kan pijn ook een voordeel hebben. Je maakt al slapend een onhandige draai, schiet wakker van de pijn. En dan ineens besef je dat je midden in een bijzondere droom zat. Als ik normaal uitgeslapen of van de wekker ontwaak, lijkt dromenland er al een beetje op te zitten.
Maar, toen ik vanmorgen dus rond een uur of zes door die versleten schouder werd gewekt, besefte ik dat net even aan het dansen was met Blondie. Blondie? Ja die ja, Deborah Harry, in een café in Rucphen. Hoe krijg je het bij elkaar zou je zeggen.
Verder was zo’n beetje de hele familie aanwezig, inclusief mijn vrouw. Ik zag dat ze zich afvroeg wie die bijna 70 jarige blonde vrouw was. (Deborah Harry is van 1 juli 1945).
Nu is mijn vrouw niet jaloers van harte, maar, als ik had gedanst met de Blondie zoals ze, net iets eerder in mijn droom, het café binnenwandelde, tja, dan denk ik dat ze toch iets meer vraagtekens had gekregen.

Ik denk dat je een man, van ergens in de 50 moet zijn, die wellicht nog wel eens op een Zundapp zou willen stappen, om het bijzondere aan deze droom te begrijpen.
Omdat ik Blondie in Rucphen niet ga tegenkomen, denk ik dat ik het maar bij een rit op mijn oude brommer ga houden. Tot de volgende droom.

De piloot? Of wij, met zijn allen?

Verschrikkelijk. Een piloot die besluit uit het leven te stappen en in zijn bizarre beslissing 149 andere mensen meeneemt. Een drama, waar ik vanuit mijn eigen achtergrond wat langer over nadenk, dan wenselijk wellicht. De mensen uit de media, die denken zo lang niet na. In de kranten maar ook op TV (programma’s als DWDD) vliegen de meest belachelijke termen en aannames rond je oren. Van “gestoorde moordenaar” tot “levensgevaarlijke gek”.

En natuurlijk wordt zo snel mogelijk geoordeeld, want ja, bij elk drama moeten we een schuldige hebben. De piloot? Zijn jeugd? De vliegmaatschappij en haar regels? Van alles wordt erbij gehaald. “Wie is de schuldige?”, is hetgeen je hoort gonzen.

Staat iemand er wel eens bij stil, dat we misschien allemaal deze ramp op ons geweten zouden kunnen hebben? Met zijn allen, als maatschappij, als samenleving.

We leven in een wereld waar het nog steeds “not done” is om over je psychische probleem te praten. Naar ik begrepen heb is het in de wereld van piloten een behoorlijke macho cultuur, dus ja, misschien nog moeilijker om tijdig aan de bel te trekken, als het niet goed gaat in je hoofd.

Als wij als samenleving niet zo ingewikkeld en stigmatiserend zouden doen over psychische problemen, dan zou een piloot in een vergelijkbare situatie wellicht eerder laten blijken dat hij niet lekker in zijn vel zat. Zijn we als samenleving dus ook een soort van “mede schuldig”, omdat we met zijn allen blijven stigmatiseren?

Wie is er nu gek?

Vorige week had ik mijn halfjaarlijkse afspraakje met mijn psychiater. Ja mensen, ik ga er namelijk niet altijd van uit dat al mijn gedachten kloppen, dus vind ik het altijd fijn om even een kwartiertje te praten met de man die daar verstand van heeft. Of mijn gedachten juist zijn, is nooit met zekerheid te zeggen, maar dat ze op dat moment voldeden aan het beeld wat onze maatschappij van “normaal” heeft, is voor mij voldoende. Ach, wat is normaal? Ik heb geen idee…

Toen ik naar huis reed dacht ik: “Als ik nu prima stabiel ben, en ons land een puinhoop vind, wie is er dan in de war?” Mijns inziens moest het aan ons land liggen.

Rijken worden rijker, armer worden armer. De grootste partij van ons land wordt voor een deel gerund door een stelletje zakkenvullers wat daar harteloos aan meewerkt. Diverse namen uit hun partij zijn de afgelopen tijd gekoppeld aan oplichterij en misstanden.

imageAls een ontspoorde minister van volksgezondheid roept dat er sprake is van duistere krachten, dan vraagt niemand zich blijkbaar af, of deze dame niet een beetje in de war is. Zou ze wat medicijnen nodig hebben? Of heeft ze roekeloos het advies opgevolgd van de eerste de beste spindoctor, die iets zei als: “Mevrouw Schippers, als u nu gewoon wat paranoïde dingen roept; dat iedereen het op uw partij gemunt heeft, dan komt het wel weer goed.”

Weet u wat me nog het meeste verbaast: dat ze er nog mee weg lijkt te komen ook. Vanochtend zag ik wat peilingen voor de komende verkiezingen, en jawel, ze krijgen er zelfs nog wat stemmen bij. Wat zegt dit over Nederland? Wat zegt dit over de sociale intelligentie van de gemiddelde Nederlander? Ik durf het haast niet te zeggen. Stel dat de gemiddelde Nederlander mijn blog leest?

O nee, natuurlijk niet. De gemiddelde Nederlander leest de Telegraaf, kijkt vooral naar commerciele zenders op de TV, geniet van foto’s op Facebook en praat hooguit met de buurman als ze de hond uit laten.

Ik denk dat het daar tijd voor wordt. Om de hond uit te laten.

PS:
Vandaag las ik op twitter deze uitspraak van (mede-blogger) Peter Pellenaars:
“Normaal en abnormaal vormen samen de siamese tweeling waaruit het alledaagse leven bestaat.” Met deze gedachte in mijn achterhoofd, en wat naweeën van de afgelopen week, ontstond als vanzelf deze blogpost. Ik kan er verder weinig aan doen, zo gaan die dingetjes.