Categorie archief: Columns

“Versleten groenvakken” in Roosendaal

Laat ik om te beginnen aangeven dat ik een enorme groenliefhebber ben en de betrekkelijkheid van het woord “onkruid” in zie. Sterker nog, ik kan in mijn kleine tuintje soms planten koesteren die anderen als onkruid zien.

Hoe de gemeente Roosendaal de laatste jaren over “onkruid” denkt, dat is me niet helemaal duidelijk. Laat ik het zo zeggen: aan alles zie je dat men geld besparen belangrijker vindt dan een prachtige wijk.

De afgelopen weken heeft men hard gewerkt om bijvoorbeeld de Westrand weer wat fatsoenlijker te krijgen. Alles wat groen is, groeit hier nu eenmaal harder omdat we lager liggen. Diverse ploegen van allerlei bedrijven zijn ingezet om met haastige spoed de boel netjes te krijgen. En daar wringt nu net de schoen.

Jaren geleden had de gemeente eigen personeel. Gemotiveerde hoveniers, die via gemeente of WVS jaarlijks dezelfde wijk onderhielden, betrokken waren met hun werkomgeving en de mensen die daar woonden. De laatste jaren heeft men afscheid genomen van deze harde werkers en huurt men hoveniersbedrijven in, die van buiten Roosendaal komen, en voor zo min mogelijk geld, zo snel mogelijk de boel netjes moeten maken. Tja, dan is het niet raar dat men met een “klepelmaaier” over de “versleten groenvakken” gaat. Men heeft er zelfs al een term voor dus. Brandnetels, bramen, berenklauwen of wat er dan ook niet thuishoort, het mag er allemaal tussendoor groeien. En de oorzaak: GELD.

Bijgaande foto’s zijn afgelopen maanden genomen. Gemeld via de BuitenBeter app. (Vandaar wat minder scherp.) Werden dan na 5 weken opgelost. Want iemand aanspreken heeft geen zin meer. “Meneer, dat mogen wij niet doen, dat doet een ander bedrijf of ploeg”. De wethouder, de mensen die er werken, de verantwoordelijke opzichters, iedereen baalt. Iedereen wil het anders. En allemaal wijzen ze op het ene probleem: GELD.

Als ik dan alle positieve berichten van trotse Roosendaalse wethouders lees, over de miljoenen die een (overigens prachtige) Nieuwe Markt mag kosten, dan verbaas ik mij toch een beetje. Hoe belangrijk vinden onze bestuurders het woongenot van de bewoner in de wijk dan nog?

Roeptoeteren.

Politici en sociale media. Er is een merkwaardig verband. Sociale media, daar zou je gezien de term van verwachten, dat mensen er sociaal zijn. Stel dat ik jou op straat tegenkom, en ik zeg hallo, of goedendag, dan zeggen de meeste mensen iets terug. Tenminste, zo ben ik opgevoed. Dit weekend kwam ik een plaatselijk politicus tegen (aardige kerel, ik noem in dit artikel bewust geen namen) en hij gaf mij meteen een hand. Even een snel leuk gesprek. Zo gaat dat.

Echter nu op sociale media. Je ziet daar politici, en dan heb ik het hier over raadsleden en wethouders uit Roosendaal, die van alles roeptoeteren. Meestal hoe goed ze iets gedaan hebben in en voor de stad. Dan hebben ze dat eerst in hun eigen bewoordingen in de krant mogen vertellen. De journalisten van tegenwoordig schrijven het meteen op alsof het waarheden zijn, zonder hoor en wederhoor. Daarna vermelden ze hun geweldige akties en dit artikel nog eens op de sociale media.

Als je dan als burger twijfelt, vragen of kritiek hebt, en reageert, dan zou een antwoord toch slim zijn, en op zijn minst fatsoenlijk. Welnee, uitzonderingen daargelaten, hoor je dan van de meeste politici niks meer. Ja, ze reageren dan wel in je mailbox of prive bericht, met een “ja maar” verhaal, maar openlijk het debat aangaan met de burger, nee dat doen ze niet.

Natuurlijk snap ik dat bijvoorbeeld rond de discussie van de mestfabriek in Roosendaal men zeer terughoudend is, omdat dit nog wel eens een flinke rechtszaak kan worden. Maar ook omtrent doodgewone kwesties staan politici allemaal op zenden. Reageren, ho maar. Om nog maar te zwijgen over wethouders en burgemeester die zeer duidelijk schriftelijke vragen niet beantwoorden en zelfs geen bericht van ontvangst geven.

Ik snap best wel dat de gemeente Roosendaal mij niet meer gaat inhuren om een cursus communicatie te geven. Toch denk ik dat ik ze binnenkort hiervoor een flinke rekening ga sturen. Want dat deze blogpost bij ze terecht komt is zeker.

Misschien betalen ze sneller dan dat ze reageren?

Boze man

Ik had me voorgenomen om gisterenmiddag naar de inauguratie van Trump te kijken. Wilde toch wel eens zien hoe de start van dit nieuwe Amerikaanse tijdperk verliep. Mijn mailbox van mijn werk liet me echter nog niet met rust, dus hoorde ik op de achtergrond de TV, zonder ernaar te kijken. Ik hoorde de speach van Trump. Zonder zijn tekst tot me door te laten dringen, luisterde ik onbewust naar zijn stem. Het enige wat ik hoorde was een BOZE MAN. Een man die veel te bewijzen heeft. Vroeg mij ook meteen af aan wie. Aan zichzelf? Of aan het Amerikaanse volk?

Hij dreunde verder. De man die zichzelf geweldig vond. Zichzelf ziet als de redder van Amerika. En het enige wat ik hoorde, was nog steeds een boze man. Een man die gevoed wordt door haat. Angst. Frustratie. Een man die zichzelf groter vindt dan wie dan ook. Een man die in één keer aan iemand die het woord megalomaan niet kent, de betekenis kan duiden.

Stel dat je ruzie hebt met buren of familie. Zou dit de man zijn die je zou vragen te bemiddelen? Zou dit de man zijn, die de wereld vredelievender kan maken?

De foto bij dit artikel stond als tevoren aangekondigde voorpagina vandaag in The Independent. Laten we hopen dat God hem gaat helpen. En Amerika ja.

MijnMoment 2016 was…

MijnMoment van PunkMedia is een traditie geworden. Ook dit jaar werd ik door Henk-Jan Winkeldermaat weer uitgenodigd, om MijnMoment 2016 aan te leveren. Het was dit jaar een moment van SCHAAMTE:

“Mijn Moment” van 2016 was een moment van schaamte. Afgelopen zomer had ik op een avond wat in de tuin staan rommelen. Het begon wat te schemeren en net toen ik mijn groencontainer terug achterom wilde rijden, werd ik voor ons huis aangesproken door een jonge vrouw. Ietwat in de war en duidelijk in paniek. Een jaar of 35, broodmager en met wat dunne zomerkleding waar je toch liever niet mee buiten zou willen slapen. Ze rommelde wat in haar handtasje, het enige wat ze bij had. Ze vroeg of ik haar 10 euro wilde lenen voor een taxi. Omdat ze duidelijk in paniek was, vroeg ik haar wat er aan de hand was. Een op dat moment onsamenhangend verhaal volgde. Laten we haar, om haar privacy te waarborgen, hier Anja noemen. Warrige woorden, ze was op de vlucht voor een man, en wilde een taxi nemen om ergens anders te kunnen overnachten. Ik bood haar aan mogelijk te willen brengen, heb haar binnen gevraagd en mijn vrouw zetten een kop thee. Tijdens dat kopje thee volgde een stuk van een triest levensverhaal, waarin de laatste jaren vooral zwaar drugsgebruik de hoofdrol speelde. Iets gaf mij het idee dat dit wel eens een dieptepunt kon zijn, waarop Anja mogelijk wilde beslissen om de strijd met zichzelf aan te gaan. Het tij van haar leven te keren. Dus, we belden de crisisdienst van het Bravis ziekenhuis in Roosendaal en zaten even later met een zeer welwillende dienstdoende huisarts te praten. De man pleegde waar we bij zaten, een aantal telefoontjes. Hij sprak met mensen van de crisisdienst van de GGZ. Die hadden geen slaapplaats voor haar. De Zuidwester, een opvanghuis voor daklozen: daar was zij niet gewenst. Bij andere instellingen voor verslavingszorg waren alleen voicemails bereikbaar. Gaandeweg alle pogingen van de arts om een slaapplaats en opvang te bieden, werd Anja moedelozer. Het liefste wilde ze gewoon terug de straat op om de volgende ochtend bij de instantie waar zij normaal haar Methadon ging halen, aan te kloppen. De arts moest ons teleurstellen en toen we vertrokken bij het Bravis ziekenhuis wilde Anja het liefst worden afgezet in het centrum van Roosendaal, dicht bij Novadic Kentron, waar ze dan kon wachten voor de deur.

Met een tientje voor een ontbijt en mijn vest, omdat het toch fris was zo diep in de nacht, heb ik haar uit laten stappen. Ik voelde me zwaar ellendig. Misschien was dit namelijk wel HET MOMENT geweest waarop Anja hulp had aan kunnen pakken. Maar helaas, er was geen instantie te vinden. In ons land, waar de zorg toch zo goed geregeld is volgens velen. Het enige wat overbleef voor haar was “de straat” en voor mij het troostende gevoel, dat we toch iets hebben geprobeerd. Verder schaamde ik mij diep. Voor ons zorgstelsel.

Wil je meer verhalen lezen? Ga naar MijnMoment.com.

SOAP rond MESTFABRIEK Roosendaal

img_0762De SOAP, rond de idiote plannen voor een mestfabriek naast een woonwijk in Roosendaal, gaat verder. Als betrokken inwoner volg ik dit proces nu een jaar. Heb er diverse blogs over geschreven. Zoek rechts boven even op de term MESTFABRIEK en het gaat vanzelf lekker ruiken…
Met stijgende verbazing zie ik hoe zowel gemeenteraad als college van BenW het eigenlijk gewoon (lijken te?) laten gebeuren dat er een MESTFABRIEK naast een woonwijk mag worden gebouwd.

Als je politici erop aanspreekt, tonen ze 1 op 1 hun zorgen. Echter, bij de gemeente lijkt men zeer volgzaam al het gekluns van een wethouder en wat collega’s te vertrouwen. Blijkbaar wonen ze niet in onze wijk? Zijn ze niet geïnteresseerd in de gezondheid van mij, mijn kinderen, en mijn kleindochter?

Als deze mestfabriek er onverhoopt mocht komen, zal ik mij diep schamen als Roosendaler. Los nog van het ongezonde aan alle plannen is het waanzinnig om te zien hoeveel gekluns er in beleid plaats vindt. En een wethouder Lok beweert rustig in de krant dat er in “het MER rapport” geen fouten staan. Maar natuurlijk….. 🙈💩😷😓😥👎🏼

Mocht meneer Lok dit toevallig lezen. Dan raad ik deze man aan eens aan een longarts te vragen, of hij/zij naast een mestfabriek zou willen wonen. Ach, meneer Lok straalt sowieso uit, als ik naar hem kijk en luister, dat het hem allemaal NIETS interesseert.

Mocht het hem wel iets interesseren? Reageren staat vrij.

P.S. Ik hou er normaliter niet van om iets op de persoon te spelen, maar gezien de ontwikkelingen rest mij niets anders dan op deze wijze, samen met vele anderen, aktie te blijven voeren. Tot aan de rechtbank toe.

Niet springen!!

Het aantal incidenten met verwarde mensen, schijnt dit jaar, t.o.v. vijf jaar geleden met 65 % te zijn gestegen. Het waren er in 2015 totaal 65.000. En of deze cijfers nu wel of niet kloppen, iedereen die de media een beetje volgt, ziet bijna dagelijks krantenkoppen als “verwarde man staat uren op een balkon te roepen tot politie en brandweer…..”.
Kranten smullen er blijkbaar van. Inmiddels heeft de “verwarde man” zo’n enorme naamsbekendheid gekregen dat wanneer je bij Google “verward” intikt, er als vanzelf de “verwarde man” verschijnt.

De journalisten die de krantenkoppen bedenken, hebben haast. Snelheid van nieuws is belangrijker dan kwaliteit en vaak lees ik de meest bizarre aannames in zo’n nieuwsbericht. Verslaggevers bedenken oorzaken en ziektebeelden, soms nog sneller dan de psychiater. Schijnbaar zijn mannen vaker verward, en doen dan sowieso vaker opvallende dingen. De maatschappij wil deze mensen niet. De buren hebben er last van. De politie wil ze niet vervoeren. De GGZ heeft geen bed voor ze. En wachtlijsten hebben geen ruimte. Wij willen eigenlijk de “verwarde man” het liefst niet om ons heen.
Maar de “verwarde man” verkoopt wel, want de media lijken gek op hem.

De wereld wordt sneller, we krijgen dagelijks steeds meer indrukken te verwerken, en we hebben honderden vrienden op de sociale media. Maar, op het moment dat we, al is het maar “tijdelijk verward” zijn, dan vindt de wereld het maar niks.

De verwarde man wordt pas geholpen als hij bekend maakt de verwarde man te zijn. Als hij een gevaar voor zichzelf blijkt te zijn, of voor zijn omgeving, dan komen de instanties in aktie. Vaak helaas te laat. Dan loopt het soms verkeerd af met de verwarde man. Want er moet eerst wat gebeuren.

Ben je een vrouw, tja, dan lijkt het er op (als je de media gelooft) dat je (taalkundig gezien) minder risico loopt.

Ben jij een man? Mocht je morgen wakker worden, niet meer weten waar je bent, rare beesten herkennen in de gordijnen en camera’s aan je plafond zien hangen….? Maak je geen zorgen dan. Die stemmen die je hoort komen vast uit de radio van de buren.

Dit artikel heeft er wellicht ook toe bijgedragen dat je er geen drol meer van begrijpt. Ga op je balkon staan en roep hard om hulp. En dan maar hopen dat de mannen van de hulpdiensten niet in de war zijn…..

Heee. Ssssst. Niet springen!!

Word rustig wakker, haal diep adem, het was een warrige droom. Loop naar de brievenbus, en kijk in de krant. Mocht je daar toch jezelf herkennen in een foto, schreeuwend op je balkon, geen zorgen. Journalist en fotograaf hebben je ontdekt. Nu de mannen van de politie nog. Die wilde je komen halen, maar mogen dat niet meer, en de gemeente had geen geld meer voor de benzine van de ambulance. Even wachten dus. Een paar dagen maar. Of weken. Misschien komt het goed.

Nogmaals… Niet springen!!

De bel! Bijna 21 u. Donker! Moet Essent of de BankGiroLoterij zijn

img_0506Maandagavond 3 oktober. Bijna 21:00 uur. Avond en aardedonker buiten. Bij mijn ouders van in de 80 gaat de bel. Twee promotiemedewerkers van Essent staan aan de deur voor een gesprek. Bij mensen die overigens al hun hele leven klant zijn. Die liever niet zo laat vreemden aan hun deur hebben, enfin, dat is wellicht de wijze waarop men bij Essent trouwe klanten beloont? Mijn pa geeft meteen aan dat hij hier zo laat niet van gediend is, en belt de politie. Die controleren daarna de legitimaties, en als in de desbetreffende gemeente de Algemene Politie Verordening dit toestaat, is de kous af. Als ik dan nog wat vervelende tweets hierover stuur aan Essent, krijg ik keurig bedankjes voor de tips, ze geven het door aan desbetreffende afdeling. En, je raadt het al, ze colporteren lekker verder.

Gisterenavond, bij mij aan de deur, 20:45 uur, een hyperenthousiaste verkoper van de BankGiro Loterij. Niet om te vertellen dat ik een miljoen heb gewonnen trouwens. Nee, hij mag een aanbieding doen… Op het moment dat ik aangeef hoe belachelijk ik hun late actie vind, wijst de beste man meteen op zijn vergunning, dat dit mag in Roosendaal, etc. Wanneer ik wederom ga klieren op Twitter, wordt mij meteen gevraagd naar de postcode. Dan gaan ze kijken wat ze er aan kunnen doen. Jaja. Misschien het promotie bureau betere instructies geven?

Telkens blijkt dat 21:00 uur heilig is bij de aanbellers; hoe donker het is maakt ze weinig uit, ze werken gewoon verder. Wordt het geen tijd dat politie, gemeentes en dit soort bedrijven met elkaar rond tafel gaan om hier gezonde afspraken over te maken?

Vanavond, wordt het in het TV journaal melding gemaakt van een trieste overval op bejaarde mensen in Valkenburg. Meteen erna verschijnt keurig een politieman die de oudere burger nog eens adviseert om niet zomaar voor iedereen open te doen. Zeker niet in het donker. Vergunningen worden dus gewoon afgegeven. Hoeveel respect hebben deze bedrijven, en de overheid met hun belabberde vergunningen, voor de burger dan? Wat ik mij daarnaast ook nog afvraag is, of bedrijven als Essent en de BankGiro Loterij er niet bij stil staan hoe bizar slecht dit is voor hun imago?

Ik hoop dat deze blog gelezen wordt door hun marketing en directie, wellicht worden ze wakker. Of moet ik wellicht bij hen midden in de nacht aanbellen?

Zitten wij in 2046 in de SHITZOOI in Roosendaal?

Hij vond het jammer dat ik er volgens hem “met gestrekt been in ging”. Een wethouder in Roosendaal, die ik aansprak op sociale media. En ja, inderdaad, ik heb behoorlijk gedramd op twitter, en met een filmpje op YouTube. En op Facebook. Als ongeruste inwoner van Roosendaal, die liever niet naast een stinkende mestfabriek komt te wonen ben ik de afgelopen maanden flink los gegaan. Googel even op “mestfabriek” en “Roosendaal” en we komen elkaar tegen. Ik geef ruiterlijk toe dat ik voor de bestuurders van onze stad een luis in de pels ben. Prima, die zijn nodig volgens mij, om te blijven beseffen dat het jeukt.

De wethouder gaat net als de meeste politici op sociale media geen discussie aan. We lezen in de regionale krant, vaak vertekende berichten. Journalisten zijn blijkbaar niet altijd in staat om een gemeenteraardsvergadering correct samen te vatten. Dus de “burgerjournalisten” die we tegenwoordig allemaal samen zijn, die komen vanzelf in opstand. Ook ik…

imageWaarom? Omdat ik tot in mijn vezels besef dat een Biomineralen Fabriek naast de bestaande Vuilverbranding van SITA/SUEZ niet bepaald een verrijking is voor ons leefmilieu. Ik heb politieke partijen aangesproken op hun verantwoording. Ik ben fan en supporter van de Werkgroep Biomineralen. Een club mannen die meer verstand heeft van de gevolgen voor ons milieu dan de gemeenteraad van onze stad. Alle inspanningen van deze werkgroep en enkele weldenkende politici ondersteund door verontruste burgers, hebben er voorlopig toe geleid dat er een nieuwe Mileu Effect Rapportage komt. De Gemeenteraad vond dat uiteindelijk toch wel nodig.

Bij deze MER plaats ik meteen een kanttekening, omdat ik uit alles opmaak dat het de gemeenteraadsleden vooral te doen is om het “gerust stellen” van de inwoners van Roosendaal. Of ze echt beseffen dat een mestfabriek ongezond is EN op deze locatie naast een woonwijk niet thuis hoort, daar twijfel ik nog aan. De tijd zal het gaan leren.

Mocht die Mestfabriek onverhoopt er toch gaan komen, dan gaan we als bewoners van Roosendaal er qua gezonde lucht niet op vooruit. En wellicht tonen onderzoeken over een 30 jaar aan, dat we hogere percentages met longziekten of andere kwalen aantreffen in Roosendaal.

Als dit in 2046 zover mocht komen, en mijn kleindochter vraagt tzt als ik 84 ben aan mij:

“Opa, waarom hebben jullie daar niks aan gedaan toen in 2016?”.
Dan zal mijn antwoord zijn: “Tja, Carice, we hebben daar met een heleboel mensen wat aan willen doen, maar er was in die tijd veel geld mee gemoeid, en er waren jaren daarvoor al plannen gemaakt, waar de wijze politici niet op terug durfde te komen. Ze durfden ook hun wethouders en partijbesluiten niet af te vallen, dus tja, de democratie heeft er voor gezorgd dat we nu in de SHITZOOI zitten hier”.

Je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben

imageDe column hieronder heb ik na toestemming van Roos Schlikker, doorgeplaatst op deze blog. Stond vandaag in Het Parool. Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Deze week: de moedige moeder van Rémon W.                                   

Je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben.

Het zijn haar ogen waardoor ik blijf kijken. Lieve, droevige ogen. Het waren zíjn ogen waardoor zij gealarmeerd raakte. “Lege ogen. Hij had geen geweten meer.”

Ik staar naar haar, Monique van der Sandt die in RTL Late Night haar verhaal doet. Haar zoon Rémon W. reed in een gestolen auto een vierjarig jongetje van de sokken. Dood.

“Hartstikke ziek,” noemt Monique haar zoon. Hij heeft een bipolaire stoornis met psychoses. Al tijden was ze bang dat hij iemand de dood in zou sleuren. Ze belde GGnet, psychiaters, wijkagenten. “Niemand wilde luisteren.” Ze schreeuwde het uit toen ze hoorde wat hij vorige week aanrichtte.

‘Ik ben zo bang dat mensen straks iedereen eng vinden die het heeft’

Je zal maar een kind met zo’n ziekte hebben, denk ik terwijl ik naar haar verhaal luister. Dan schrik ik van mijn volgende gedachte: je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben.

De volgende morgen open ik Facebook en zie ik dat mijn moeder een foto heeft geplaatst met daarop een briefje. Ik glimlach om haar lieve priegelhandschrift, maar terwijl ik lees, krijg ik het warm.

‘Beste mensen. Graag een ode aan de moeder van ­bipolaire zoon die zo’n vreselijk ongeluk veroorzaakte. Gisteren zo moedig aangeschoven bij Humberto op tv. Kijk a.u.b. terug als je het gemist hebt. Mijn hart huilt bij zoveel miscommunicatie. Hoop zo dat het wat teweegbrengt. Wat ik nog vreselijk graag wil zeggen is dat niet alle bipolairen gevaarlijk zijn, de meesten zijn volstrekt ongevaarlijk. Liefs, Emma.’

Het is de laatste zin waardoor ik me schaam. Want ook ik legde de connectie.

Ik bel haar. “Mam, die Rémon, dat ben jij niet.” Nee, dat weet ze. “Ik ken niemand die zo agressieloos is als jij,” ga ik verder. “Ja,” zegt ze. “Mam. Dit ben jij niet.” Ze onderbreekt me. “Kreeg jij ook zo’n déjà vu?” Ik knik, onzichtbaar voor haar. De kastjes, de muren, de ­gebrekkige diagnoses, de GGZ-stroop, we hebben er net zo goed in vastgekleefd gezeten. “Ik ben het niet, maar ik héb het ook. En ik ben zo bang dat mensen straks iedereen eng vinden die het heeft.”

Dat zou niet raar zijn. De schutter van Orlando werd door zijn vrouw bipolair genoemd. De vrouw uit Bennekom die zichzelf in brand stak, had een bipolaire stoornis met psychosen. De moordenaar van Els Borst: kneiter­psychotisch. Overal lezen we over het Grote Gestoorde Gevaar.
“Maar we zijn niet allemaal gewetenloos, dat moeten de mensen weten.” Het is even stil.

“Ik moest erom huilen,” vervolgt ze zachtjes. “Om dat jongetje?” “Ja. En om die moeder. En om die zoon.”

Ik glimlach. Hoeveel geweten kun je hebben? Mijn adem aait de telefoon. “Denk je dat het stom was, dat ik dat briefje publiceerde? Ik vind het best eng. Straks denken mensen dat ik gek ben.”

“Ben je mal!” roep ik. Voor het eerst lacht ze. “Ja, een beetje wel. Maar volstrekt ongevaarlijk.” We hangen op. Op Twitter lees ik de terechte reacties op RTL Late Night. ‘Wat een moedige moeder,’ staat er. En dat is Monique. Net als die van mij.

Hoe belangrijk is het leven van een kind?

Laat ik beginnen met de mededeling dat ik respect heb voor iedereen die zich in zet voor een prettige en veilige samenleving. Dit gezegd hebbende, kom ik toch met de vraag of onze overheid (politiek/justitie) hun prioriteiten wel goed op orde heeft?

Een paar weken terug reed ik enkele kilometers te hard op de A2, en ik kreeg, volkomen terecht, een boete van over de 100 euro. Logisch, ik moet me maar aan die afgesproken snelheid houden.

Nu woon ik in een prachtige woonwijk in Roosendaal waar we met zijn allen hebben afgesproken om niet harder dan 30 km/u te rijden. Daar spelen namelijk kinderen, vaker dan op de snelweg. In onze stad zijn jaren geleden de koffieshops gesloten, maar dit wil natuurlijk niet zeggen dat er geen drugs verkocht worden. Had iedereen kunnen bedenken dat dit dan op een andere manier gaat geregeld worden. Dit gebeurt tegenwoordig op bestelling, in de wijk. Dan rijdt er ineens een veel te dure auto met een snelheid van over de 100 km door onze straat en wijk langs de kinderspeelplaats. Alsof je ineens midden in het decor van een actiefilm woont.

imageAls je de politie belt, moet je eerst je verhaal aan iemand in Tilburg of zo vertellen, en dan komt een half uur later een politie busje een rondje door de wijk rijden.

Jaja, dat werkt.

Zou het niet eens slim zijn om ook weer in de woonwijken op snelheden te controleren? En wat meer te handhaven?

Of is de staatskas vullen langs de snelweg, belangrijker dan het leven van een kind?