Categorie archief: Columns

De rest rolt wel

2018 is een dag jong; nu kan ik zeggen: Afgelopen maand december bestond mijn blog Knappers.nl 10 jaar. In december 2007 ben ik begonnen met schrijven, aanvankelijk geïnspireerd door de Advaita Vedanta filosofie. Een oude filosofie die mij inzichten heeft gebracht waardoor ik een relaxter leven heb gekregen. Knappers.nl werd een kladblok van mijn leven waarop ik in gesprek kon met mijn zelf. Dingen op een rijtje kon zetten. Van me af kon schrijven. En de lucht in kon gooien. Ik heb liefdevolle artikelen geschreven, maar ook boze columns. Aangeklopt bij de plaatselijke overheid. Bomen kunnen redden en met heel wat “anti stigma” artikelen een paar mensen aantoonbaar gelukkiger kunnen maken. De laatste stappen van zelfacceptatie en ziekte-inzicht zijn feitelijk gezet op deze blog. Het artikel waarmee ik als bipolair uit de kast kwam, lees je hier.

Mijn blog heeft mij de vrijheid van het schrijven gegeven. Ik ben geen journalist, hoef geen enkele hoofdredacteur te plezieren en vooral geen enkele betaler naar de mond te praten. En wat ik zakelijk ook verder doe op het internet, ik ga ook zeker niemand voor geld naar de mond praten. Soms is mijn pen de afgelopen jaren wel eens te scherp geweest. En enkele keren heb ik vast wel eens een ambtenaar hier of daar gekwetst. In mijn strijd voor een gezond en prettig leefklimaat in onze stad Roosendaal, heb ik wel eens laten zien dat rozen prachtig kunnen groeien, maar niet zonder doornen. De mens zal moeten beschermen hetgeen hij liefheeft. Vroeger met een zwaard, later met een pen, en tegenwoordig met een toetsenbord van een iPhone.

De statistieken op Knappers.nl tonen aan dat ik maandelijks gemiddeld 6.000 unieke bezoekers heb weten te bereiken. Daar hebben de laatste jaren veel Roosendalers tussen gezeten, vanwege onze strijd tegen de idiote plannen van de gemeente om naast onze wijk een mestfabriek te bouwen. Het heeft er voor gezorgd dat ik zelfs over de plaatselijke politiek ben gaan schrijven. Mijn ergernissen aan ambtelijke bureaucratie heb ik niet onder stoelen of banken gestoken. Het is een wending op mijn blog geweest die ik niet heb voorzien, maar ach: “de dingen gaan zoals ze gaan.”

Dat de dingen “gaan zoals ze gaan” is misschien wel de grootste wijsheid die ik heb op mogen doen. Dat we in dit leven weinig in de hand hebben. Dat we zoveel mogelijk moeten loslaten.

Dat ga ik in net nieuwe jaar ook doen.

Veel loslaten.

Behalve het stuur van mijn oude BMW. Dat hou ik vast.

En de liefde, die laat ik niet los.

Ik wens iedereen in het nieuwe jaar veel gezondheid en liefde. De rest rolt wel.

Heren wethouders

Afgelopen donderdag was er een unieke vergadering van de gemeenteraad in Roosendaal. Zie vorige artikel. Hierbij besloot de gemeenteraad in meerderheid om net als 2410 inwoners naar de rechtbank te gaan om de plannen voor een mestfabriek tegen te houden. Hoewel Paul Klaver (raadslid voor de PvdA) tijdens een prachtig betoog (en uitstekend initiatief!) besloot dat we dit niet mochten zien als een “motie van wantrouwen” naar het college, kun je natuurlijk stellen dat de besluitvorming van dit college geen schoonheidsprijs verdient.

Tijdens de discussie rond deze mestfabriek heb ik eerder al eens een blog gewijd aan Toine Theunis, wethouder, en lijsttrekker van de Roosendaalse Lijst. Ik kon wel eens boos zijn op Toine, maar moet hem altijd het compliment geven dat hij aanspreekbaar blijft en tijdens een bak koffie of ontmoeting altijd respectvol mensen te woord staat. Het mag gezegd worden Toine. We zijn het niet altijd met elkaar eens maar zouden een gezellig potje kunnen biljarten.

Die andere wethouder, Cees Lok, lijsttrekker van de VVD Roosendaal, is de man die de meeste woede van de Roosendaalse burger naar zich toe trekt. Zeker inzake het dossier mestfabriek. Het zijn niet eens zijn uitspraken of beslissingen zelf, maar het is vooral zijn manier van communiceren. Bij het hapje en drankje na de vergadering besloot ik om hem toch nog eens te vragen waarom hij NOOIT antwoord heeft gegeven op mijn kritische 4 vragen, die je kunt lezen op www.mestfabriek.nl.
Welnu, daar kwam het antwoord: “Je hebt de vragen ook meegenomen in je zienswijze en dan hoef ik daar als wethouder geen antwoord op te geven”. Dat hij ook op andere vragen van mij en burgers weigert antwoorden te geven, dat vergeet hij ambtshalve even.

Meneer Lok is de man die je op straat kunt vragen: “Weet u hoe laat het is?”. Dan loopt hij gewoon door. Of, zijn antwoord zal dan wellicht NEE zijn, maar hij heeft dan niet het weldenkende vermogen in zich om te melden dat hij geen horloge aan heeft. Welnee, in al zijn horkigheid zegt hij gewoon NEE, zonder iets te melden. Deze horkigheid heb ik hem ook ten toon zien spreiden bij de diverse raadsvergaderingen die ik het afgelopen jaar heb bijgewoond.
Hoe correct de vraag van sommige raadsleden ook is, hij is een kunstenaar om met zijn handen in zakken een beetje stom te gaan staan lachen en geen antwoord te geven. Of een antwoord waar niemand iets mee kan. Daarbij achterlatend de indruk dat zijn ego nog groter is dan zijn snor.
Het maakt hem een vervelend arrogant mannetje. Het moet zeer frustrerend zijn voor zijn hardwerkende en sympathieke partijgenoten. Gelukkig sloot Lok het gesprek met mij af, dat hij nooit mijn suggestieve artikelen las, omdat het allemaal duiding gaf aan de manier waarop ik de dingen zag. En daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Gelukkig maar.

De meest raadsleden van de gemeente Roosendaal zijn gelukkig respectvolle en geduldige mensen. Mocht meneer Lok de komende periode wethouder blijven in Roosendaal, dan wens ik vooral de rest van gemeenteraad sterkte. Lok zal namelijk niet veranderen.

De paar mensen die ik heb beloofd om er volgend jaar met minder gestrekt been in te gaan tegen dit soort politieke arrogantie. Sorry, maar het is nog geen 2018.

NEE John, niet doen!

Vorige week moest ik in het stadskantoor van Roosendaal zijn, om een officieel document te bemachtigen. Gelukkig ben ik gastvrij binnengelaten en geholpen door een allervriendelijkste baliemedewerker. Want aan de inzet van de meeste mensen ligt het niet.

Bij binnenkomst viel mijn oog, meteen na de draaideur, op de foto, rechts aan de muur. Het volledige stadsbestuur staat als het ware klaar om je vriendelijk en trots de hand te geven. Ik bekeek de foto. Over het algemeen aardige mensen die hun best doen, een paar prutsers daar gelaten.

En ineens kwamen er allerlei vragen bij me op…

Hoe komt het dan toch dat deze club met veelal wijze mensen hebben gefaald in het tegenhouden van een gigantische mestfabriek die naast onze wijk gebouwd moet gaan worden?

Waarom moeten wij met ruimschoots 2.000 inwoners van het westelijk deel van Roosendaal ZELF naar de rechtbank om de door dit college (rechtse club op de foto) verleende vergunning aan te vechten?

Is het niet belachelijk dat wij als inwoners letterlijk de stront moeten opruimen die dit college veroorzaakt heeft?

Zouden deze mensen zelf ook nog trots zijn als ze het stadskantoor binnen wandelen?

Of maakt het ze inmiddels niets meer uit (?) op het moment dat ze mij semi troostend aankijken en op een badinerende toon zeggen: “John, we hebben er alles aan gedaan”.

Terwijl ik de foto met verwondering, verbazing en diepe treurnis sta te bekijken, kan ik maar een troost vinden. Dat wij burgers er WEL alles aan gedaan hebben. En dat we straks in maart naar de stembus mogen om er voor te zorgen dat deze foto er anders uit gaat zien.

Ik zie links onder de lijsten de lichtknopjes, heb even de neiging om te kijken of ik daarmee de foto’s langzaam kan laten wegzakken. Nee John, NIET DOEN! Ik kwam een document halen, dus laten we dit maar even niet doen. Voor je het weet roept de burgemeester dat ik een “onrechtmatige daad pleeg”, want dat zijn eigenlijk de enige woorden die mij te binnen schieten als ik hem ergens zie verschijnen. In mijn optiek lacht de man erbij. Maar ja, dat kan hij ook uitstekend. Lachen, weglachen van problemen.

Roosendaal. Waar inwoners zelf hun shit moeten opruimen.

Roosendaal. Is dat de stad waar het straks stinkt naar stront?
Nee, Roosendaal. Dat is de stad waar het overgrote deel van de bevolking geen MESTFABRIEK naast een woonwijk wil. De stad waar in februari de bijna voltallige gemeenteraad een motie aannam om deze mestfabriek tegen te houden. De stad waar twee wethouders en wat verwarde ambtenaren er belang bij lijken te hebben dat die smerige mestfabriek er toch komt. Waar ze net zo lang geld uitgeven om te onderzoeken dat hij toch niet zo ongezond is. Zodat hij er kan komen. Omdat ze nu eenmaal bij het maken van bestemmingsplannen hebben zitten slapen met zijn allen.

Roosendaal, de stad waar de burgemeester het weigeren van de vergunning een “onrechtmatige daad” noemt. Wellicht vindt hij het blootstellen van duizenden inwoners aan allerlei smerige lucht een “rechtmatige daad”?

Roosendaal. De stad waar blijkbaar twee wethouders de dienst uitmaken. Waar de gemeenteraad blijkbaar geen drol te vertellen heeft.

Roosendaal. De stad waar het hard nodig is dat er verkiezingen komen. Zodat we wellicht bestuurders krijgen die er niet zitten voor hun eigen ego of portemonnee maar die er alles aan doen om de belangen van de inwoners te behartigen.

Roosendaal, de stad waar alles kan. Waar (zoals het er nu uitziet) burgers verenigd in en rondom een Werkgroep Biomineralen zelf naar de rechter zullen moeten. Om de puinhoop die de bestuurders achter laten, hopelijk nog op te kunnen ruimen. Zodat we wellicht gezond kunnen blijven wonen.

Roosendaal, de stad waar u als inwoner zelf de problemen moet oplossen. Omdat uw gemeente het niet doet.

Roosendaal…. Mijn Roosendaal. Wanneer ruikt het er weer naar rozen?

O ja. Tegen de tijd dat de verkiezingen er aan komen, zal ik als “boze burger” (want zo noemt het college van B en W mij graag) jullie lezers een lijstje geven. Dan maken we rond deze MESTFABRIEK-soap even een rijtje met politieke partijen, en duiden we precies wat ze voor en tegen de mestfabriek hebben gedaan. Dan kijk ik even verder dan de “bühne”. Dan kun je lezen wie er opkwamen voor bewoners, en wie ons in de stront hebben laten zakken. Wordt vervolgd.

Waarom ook al weer geen MESTFABRIEK?

 

“Versleten groenvakken” in Roosendaal

Laat ik om te beginnen aangeven dat ik een enorme groenliefhebber ben en de betrekkelijkheid van het woord “onkruid” in zie. Sterker nog, ik kan in mijn kleine tuintje soms planten koesteren die anderen als onkruid zien.

Hoe de gemeente Roosendaal de laatste jaren over “onkruid” denkt, dat is me niet helemaal duidelijk. Laat ik het zo zeggen: aan alles zie je dat men geld besparen belangrijker vindt dan een prachtige wijk.

De afgelopen weken heeft men hard gewerkt om bijvoorbeeld de Westrand weer wat fatsoenlijker te krijgen. Alles wat groen is, groeit hier nu eenmaal harder omdat we lager liggen. Diverse ploegen van allerlei bedrijven zijn ingezet om met haastige spoed de boel netjes te krijgen. En daar wringt nu net de schoen.

Jaren geleden had de gemeente eigen personeel. Gemotiveerde hoveniers, die via gemeente of WVS jaarlijks dezelfde wijk onderhielden, betrokken waren met hun werkomgeving en de mensen die daar woonden. De laatste jaren heeft men afscheid genomen van deze harde werkers en huurt men hoveniersbedrijven in, die van buiten Roosendaal komen, en voor zo min mogelijk geld, zo snel mogelijk de boel netjes moeten maken. Tja, dan is het niet raar dat men met een “klepelmaaier” over de “versleten groenvakken” gaat. Men heeft er zelfs al een term voor dus. Brandnetels, bramen, berenklauwen of wat er dan ook niet thuishoort, het mag er allemaal tussendoor groeien. En de oorzaak: GELD.

Bijgaande foto’s zijn afgelopen maanden genomen. Gemeld via de BuitenBeter app. (Vandaar wat minder scherp.) Werden dan na 5 weken opgelost. Want iemand aanspreken heeft geen zin meer. “Meneer, dat mogen wij niet doen, dat doet een ander bedrijf of ploeg”. De wethouder, de mensen die er werken, de verantwoordelijke opzichters, iedereen baalt. Iedereen wil het anders. En allemaal wijzen ze op het ene probleem: GELD.

Als ik dan alle positieve berichten van trotse Roosendaalse wethouders lees, over de miljoenen die een (overigens prachtige) Nieuwe Markt mag kosten, dan verbaas ik mij toch een beetje. Hoe belangrijk vinden onze bestuurders het woongenot van de bewoner in de wijk dan nog?

Roeptoeteren.

Politici en sociale media. Er is een merkwaardig verband. Sociale media, daar zou je gezien de term van verwachten, dat mensen er sociaal zijn. Stel dat ik jou op straat tegenkom, en ik zeg hallo, of goedendag, dan zeggen de meeste mensen iets terug. Tenminste, zo ben ik opgevoed. Dit weekend kwam ik een plaatselijk politicus tegen (aardige kerel, ik noem in dit artikel bewust geen namen) en hij gaf mij meteen een hand. Even een snel leuk gesprek. Zo gaat dat.

Echter nu op sociale media. Je ziet daar politici, en dan heb ik het hier over raadsleden en wethouders uit Roosendaal, die van alles roeptoeteren. Meestal hoe goed ze iets gedaan hebben in en voor de stad. Dan hebben ze dat eerst in hun eigen bewoordingen in de krant mogen vertellen. De journalisten van tegenwoordig schrijven het meteen op alsof het waarheden zijn, zonder hoor en wederhoor. Daarna vermelden ze hun geweldige akties en dit artikel nog eens op de sociale media.

Als je dan als burger twijfelt, vragen of kritiek hebt, en reageert, dan zou een antwoord toch slim zijn, en op zijn minst fatsoenlijk. Welnee, uitzonderingen daargelaten, hoor je dan van de meeste politici niks meer. Ja, ze reageren dan wel in je mailbox of prive bericht, met een “ja maar” verhaal, maar openlijk het debat aangaan met de burger, nee dat doen ze niet.

Natuurlijk snap ik dat bijvoorbeeld rond de discussie van de mestfabriek in Roosendaal men zeer terughoudend is, omdat dit nog wel eens een flinke rechtszaak kan worden. Maar ook omtrent doodgewone kwesties staan politici allemaal op zenden. Reageren, ho maar. Om nog maar te zwijgen over wethouders en burgemeester die zeer duidelijk schriftelijke vragen niet beantwoorden en zelfs geen bericht van ontvangst geven.

Ik snap best wel dat de gemeente Roosendaal mij niet meer gaat inhuren om een cursus communicatie te geven. Toch denk ik dat ik ze binnenkort hiervoor een flinke rekening ga sturen. Want dat deze blogpost bij ze terecht komt is zeker.

Misschien betalen ze sneller dan dat ze reageren?

Boze man

Ik had me voorgenomen om gisterenmiddag naar de inauguratie van Trump te kijken. Wilde toch wel eens zien hoe de start van dit nieuwe Amerikaanse tijdperk verliep. Mijn mailbox van mijn werk liet me echter nog niet met rust, dus hoorde ik op de achtergrond de TV, zonder ernaar te kijken. Ik hoorde de speach van Trump. Zonder zijn tekst tot me door te laten dringen, luisterde ik onbewust naar zijn stem. Het enige wat ik hoorde was een BOZE MAN. Een man die veel te bewijzen heeft. Vroeg mij ook meteen af aan wie. Aan zichzelf? Of aan het Amerikaanse volk?

Hij dreunde verder. De man die zichzelf geweldig vond. Zichzelf ziet als de redder van Amerika. En het enige wat ik hoorde, was nog steeds een boze man. Een man die gevoed wordt door haat. Angst. Frustratie. Een man die zichzelf groter vindt dan wie dan ook. Een man die in één keer aan iemand die het woord megalomaan niet kent, de betekenis kan duiden.

Stel dat je ruzie hebt met buren of familie. Zou dit de man zijn die je zou vragen te bemiddelen? Zou dit de man zijn, die de wereld vredelievender kan maken?

De foto bij dit artikel stond als tevoren aangekondigde voorpagina vandaag in The Independent. Laten we hopen dat God hem gaat helpen. En Amerika ja.

MijnMoment 2016 was…

MijnMoment van PunkMedia is een traditie geworden. Ook dit jaar werd ik door Henk-Jan Winkeldermaat weer uitgenodigd, om MijnMoment 2016 aan te leveren. Het was dit jaar een moment van SCHAAMTE:

“Mijn Moment” van 2016 was een moment van schaamte. Afgelopen zomer had ik op een avond wat in de tuin staan rommelen. Het begon wat te schemeren en net toen ik mijn groencontainer terug achterom wilde rijden, werd ik voor ons huis aangesproken door een jonge vrouw. Ietwat in de war en duidelijk in paniek. Een jaar of 35, broodmager en met wat dunne zomerkleding waar je toch liever niet mee buiten zou willen slapen. Ze rommelde wat in haar handtasje, het enige wat ze bij had. Ze vroeg of ik haar 10 euro wilde lenen voor een taxi. Omdat ze duidelijk in paniek was, vroeg ik haar wat er aan de hand was. Een op dat moment onsamenhangend verhaal volgde. Laten we haar, om haar privacy te waarborgen, hier Anja noemen. Warrige woorden, ze was op de vlucht voor een man, en wilde een taxi nemen om ergens anders te kunnen overnachten. Ik bood haar aan mogelijk te willen brengen, heb haar binnen gevraagd en mijn vrouw zetten een kop thee. Tijdens dat kopje thee volgde een stuk van een triest levensverhaal, waarin de laatste jaren vooral zwaar drugsgebruik de hoofdrol speelde. Iets gaf mij het idee dat dit wel eens een dieptepunt kon zijn, waarop Anja mogelijk wilde beslissen om de strijd met zichzelf aan te gaan. Het tij van haar leven te keren. Dus, we belden de crisisdienst van het Bravis ziekenhuis in Roosendaal en zaten even later met een zeer welwillende dienstdoende huisarts te praten. De man pleegde waar we bij zaten, een aantal telefoontjes. Hij sprak met mensen van de crisisdienst van de GGZ. Die hadden geen slaapplaats voor haar. De Zuidwester, een opvanghuis voor daklozen: daar was zij niet gewenst. Bij andere instellingen voor verslavingszorg waren alleen voicemails bereikbaar. Gaandeweg alle pogingen van de arts om een slaapplaats en opvang te bieden, werd Anja moedelozer. Het liefste wilde ze gewoon terug de straat op om de volgende ochtend bij de instantie waar zij normaal haar Methadon ging halen, aan te kloppen. De arts moest ons teleurstellen en toen we vertrokken bij het Bravis ziekenhuis wilde Anja het liefst worden afgezet in het centrum van Roosendaal, dicht bij Novadic Kentron, waar ze dan kon wachten voor de deur.

Met een tientje voor een ontbijt en mijn vest, omdat het toch fris was zo diep in de nacht, heb ik haar uit laten stappen. Ik voelde me zwaar ellendig. Misschien was dit namelijk wel HET MOMENT geweest waarop Anja hulp had aan kunnen pakken. Maar helaas, er was geen instantie te vinden. In ons land, waar de zorg toch zo goed geregeld is volgens velen. Het enige wat overbleef voor haar was “de straat” en voor mij het troostende gevoel, dat we toch iets hebben geprobeerd. Verder schaamde ik mij diep. Voor ons zorgstelsel.

Wil je meer verhalen lezen? Ga naar MijnMoment.com.

SOAP rond MESTFABRIEK Roosendaal

img_0762De SOAP, rond de idiote plannen voor een mestfabriek naast een woonwijk in Roosendaal, gaat verder. Als betrokken inwoner volg ik dit proces nu een jaar. Heb er diverse blogs over geschreven. Zoek rechts boven even op de term MESTFABRIEK en het gaat vanzelf lekker ruiken…
Met stijgende verbazing zie ik hoe zowel gemeenteraad als college van BenW het eigenlijk gewoon (lijken te?) laten gebeuren dat er een MESTFABRIEK naast een woonwijk mag worden gebouwd.

Als je politici erop aanspreekt, tonen ze 1 op 1 hun zorgen. Echter, bij de gemeente lijkt men zeer volgzaam al het gekluns van een wethouder en wat collega’s te vertrouwen. Blijkbaar wonen ze niet in onze wijk? Zijn ze niet geïnteresseerd in de gezondheid van mij, mijn kinderen, en mijn kleindochter?

Als deze mestfabriek er onverhoopt mocht komen, zal ik mij diep schamen als Roosendaler. Los nog van het ongezonde aan alle plannen is het waanzinnig om te zien hoeveel gekluns er in beleid plaats vindt. En een wethouder Lok beweert rustig in de krant dat er in “het MER rapport” geen fouten staan. Maar natuurlijk….. 🙈💩😷😓😥👎🏼

Mocht meneer Lok dit toevallig lezen. Dan raad ik deze man aan eens aan een longarts te vragen, of hij/zij naast een mestfabriek zou willen wonen. Ach, meneer Lok straalt sowieso uit, als ik naar hem kijk en luister, dat het hem allemaal NIETS interesseert.

Mocht het hem wel iets interesseren? Reageren staat vrij.

P.S. Ik hou er normaliter niet van om iets op de persoon te spelen, maar gezien de ontwikkelingen rest mij niets anders dan op deze wijze, samen met vele anderen, aktie te blijven voeren. Tot aan de rechtbank toe.

Niet springen!!

Het aantal incidenten met verwarde mensen, schijnt dit jaar, t.o.v. vijf jaar geleden met 65 % te zijn gestegen. Het waren er in 2015 totaal 65.000. En of deze cijfers nu wel of niet kloppen, iedereen die de media een beetje volgt, ziet bijna dagelijks krantenkoppen als “verwarde man staat uren op een balkon te roepen tot politie en brandweer…..”.
Kranten smullen er blijkbaar van. Inmiddels heeft de “verwarde man” zo’n enorme naamsbekendheid gekregen dat wanneer je bij Google “verward” intikt, er als vanzelf de “verwarde man” verschijnt.

De journalisten die de krantenkoppen bedenken, hebben haast. Snelheid van nieuws is belangrijker dan kwaliteit en vaak lees ik de meest bizarre aannames in zo’n nieuwsbericht. Verslaggevers bedenken oorzaken en ziektebeelden, soms nog sneller dan de psychiater. Schijnbaar zijn mannen vaker verward, en doen dan sowieso vaker opvallende dingen. De maatschappij wil deze mensen niet. De buren hebben er last van. De politie wil ze niet vervoeren. De GGZ heeft geen bed voor ze. En wachtlijsten hebben geen ruimte. Wij willen eigenlijk de “verwarde man” het liefst niet om ons heen.
Maar de “verwarde man” verkoopt wel, want de media lijken gek op hem.

De wereld wordt sneller, we krijgen dagelijks steeds meer indrukken te verwerken, en we hebben honderden vrienden op de sociale media. Maar, op het moment dat we, al is het maar “tijdelijk verward” zijn, dan vindt de wereld het maar niks.

De verwarde man wordt pas geholpen als hij bekend maakt de verwarde man te zijn. Als hij een gevaar voor zichzelf blijkt te zijn, of voor zijn omgeving, dan komen de instanties in aktie. Vaak helaas te laat. Dan loopt het soms verkeerd af met de verwarde man. Want er moet eerst wat gebeuren.

Ben je een vrouw, tja, dan lijkt het er op (als je de media gelooft) dat je (taalkundig gezien) minder risico loopt.

Ben jij een man? Mocht je morgen wakker worden, niet meer weten waar je bent, rare beesten herkennen in de gordijnen en camera’s aan je plafond zien hangen….? Maak je geen zorgen dan. Die stemmen die je hoort komen vast uit de radio van de buren.

Dit artikel heeft er wellicht ook toe bijgedragen dat je er geen drol meer van begrijpt. Ga op je balkon staan en roep hard om hulp. En dan maar hopen dat de mannen van de hulpdiensten niet in de war zijn…..

Heee. Ssssst. Niet springen!!

Word rustig wakker, haal diep adem, het was een warrige droom. Loop naar de brievenbus, en kijk in de krant. Mocht je daar toch jezelf herkennen in een foto, schreeuwend op je balkon, geen zorgen. Journalist en fotograaf hebben je ontdekt. Nu de mannen van de politie nog. Die wilde je komen halen, maar mogen dat niet meer, en de gemeente had geen geld meer voor de benzine van de ambulance. Even wachten dus. Een paar dagen maar. Of weken. Misschien komt het goed.

Nogmaals… Niet springen!!