Wie kent De Waarheid?
Als alle onwetendheid bekend is,
kunnen we haar wellicht verwoorden.
Maandelijks archief: mei 2011
Tranen van liefde
Tranen van Liefde
November 2010. We kijken naar een uitzending van Pauw en Witteman. Aan tafel zit Tim Overdiek. Hij komt praten over zijn boek “Tranen van Liefde”. Dit blijkt het dagboek van een weduwnaar te zijn. 22 oktober 2009. Amsterdam. Jennifer Nolan, de vrouw van Tim, steekt een zebrapad over. Keurig door het groen, zoals het hoort. Een motoragent, zonder sirene en met te hoge snelheid schept haar. Een dag later bezwijkt ze aan haar verwondingen. Tim, en zijn 2 jonge zoons, komen terecht in een nachtmerrie. Een nachtmerrie die vreselijk is, en echt blijkt te zijn. Als journalist, gewend om te schrijven, besluit Tim om een dagboek bij te gaan houden. Een bizar dagboek. We hebben het meteen besteld. Een paar dagen later in huis. Met zwart witte cover. De witte letters “Tranen van Liefde” knallen door het zwart heen.
Als lezer word je vanaf de eerste woorden gepakt door dit boek. Een boek, waarvan je denkt: ik ben blij dat dit mij niet overkomt. Maar dagelijks overkomt het mensen. En in dit geval Tim. Hij blijft achter met zijn twee zoons Sander en Eammon. In dit dagboek beschrijft hij, van dag tot dag, een jaar lang, wat hem is overkomen na het overlijden van zijn vrouw. Ongelooflijk eerlijk, hard, cynisch en recht voor zijn raap. Tim beschrijft al zijn emoties, zijn woede, maar ook soms zijn vreugde op een manier die diep naar binnen komt. Af en toe voel ik me zelfs wat beschaamd omdat hij je mee laat kijken in zijn diepste zielenroerselen, waar de gemiddelde mens liever geen pottenkijkers bij heeft. Rouwen is iets wat wij westerlingen “ergens ver weg doen, achter gesloten deuren”. Tim zet in dit boek de deuren open. Het wordt gedurende het boek duidelijk dat er geen regels zijn. Therapeuten kunnen wel mooi allerlei processen denken te benoemen, maar, wie in de shit zit, zit in de shit. En moet daar op dat moment doorheen. Daar helpen geen mooie praatjes bij. Het ouderwetse spreekwoord “vallen en opstaan” krijgt dan voor een volwassen kerel opnieuw betekenis. De dag zien door te komen, en morgen zien we weer maar verder.
Het boek heeft me enorm geraakt omdat ik zelden iemand zo open en eerlijk heb zien schrijven over zulke pijnlijke dingen. De kracht van zijn pen zit erin, dat het hem telkens lukte om ergens in een diep dal, toch een straal licht op te pakken. Een donker dal, waar toch even een straal zonlicht net door kan komen, om een roos te laten groeien. Zoiets. En dan zegt hij: “Je moet wel, je hebt geen keuze!” Toch moet je door, en dat is ook een keuze. Het moet je maar gegeven zijn om die keuze te kunnen maken. Om altijd het glas nog als uiteindelijk half vol te kunnen zien. Tim blijf schrijven, en daarmee ook bij zichzelf. Als hij schrijft over zijn vrouw, dan schrijft hij haar in woorden tot leven. Net zoals iemand in een droom weer naast je kan zitten. Hoeveel verdriet er in dit boek ook is, het gaat niet over de dood. Het gaat over het leven. Iedere dag als hij het leven opnieuw oppakt met zijn zoons, en andere mensen, viert hij feitelijk opnieuw het leven.
Dit boek is niet alleen een leerzaam hulpboek voor mensen die in welke vorm dan ook te maken hebben met rouwen, met verliezen. Dit boek is een goede bron voor iedereen die het zwaar heeft, met wat dan ook. En het leven gewoon even niet ziet zitten. Omdat het je laat zien, wat je allemaal kunt bedenken en aanpakken op dat soort momenten.
Dat verdriet er zo maar mag zijn. Met al zijn tranen. En dat tranen altijd te maken hebben met liefde. Met liefde voor dat wat je kwijt bent, en met liefde voor dat wat is.
Het gesprek met Tim Overdiek (bij Pauw en Witteman) kun je hier nog eens bekijken.
Wie is hier de moordenaar?
Vorige maand schoot een jongeman in Alphen aan de Rijn 6 mensen dood. Verschrikkelijk. Of je het nu wilde of niet, het nieuws kon je niet ontgaan. Alle media doken er bovenop. Ook de nieuwe media. Variërend van professionele journalisten tot burgers, bloggers en twitteraars. Iedereen heeft dan ook meteen een mening klaar. Zelfs nog voor dat er door politie en justitie officiële mededelingen werden gedaan, waren er al mensen die exact konden vertellen waarom deze jongeman dit gedaan had. Wat hem tot deze wanhoopsdaad had gedreven.Natuurlijk moeten we ook altijd iemand de schuld geven, ja, dat doen we graag. Er werd gewezen naar de ouders, naar artsen, naar de jongeman, en uiteindelijk naar een ziekte. De jongeman noem ik niet, want, denk er eens over na. Het had ook uw kind geweest kunnen zijn. Uw buurjongen. Die als jongeman in een depressieve toestand is geraakt. Daardoor zijn baan is kwijtgeraakt, door niemand meer voor vol wordt aangezien. Naar hulp zoekt, maar dit niet op tijd krijgt. Omdat we in een maatschappij leven waar politici vinden dat onze geestelijke gezondheidszorg winstgevend moet zijn. Dus waar we met wachtlijsten werken, en mensen niet op tijd een juiste diagnose kunnen krijgen en dus niet op tijd een behandeling kunnen ontvangen. Wanneer dan blijkt dat iemand de ziekte schizofrenie heeft ontwikkeld, maar niet op tijd de juiste medicatie en therapie ontvangt, dan raakt zo iemand steeds meer in een verwarde toestand.Ja, en natuurlijk wisten onze “professionele” journalisten, na 1 dag al, zonder ooit voor psychiater te hebben gestudeerd, dat de jongen in een psychose was geraakt. En daardoor uiteindelijk tot deze wanhoopsdaad was geraakt. Ja, want als dit je overkomt, dan kun je een moord plegen. Sommige niet nadenkende (hufterige) journalisten en bloggers, die al binnen een dag met dit soort uitspraken komen (los van of ze correct zijn) bezigen zich van een stigmatiserend taalgebruik, waar de honden geen brood van lusten. Ze kwetsen nodeloos, duizenden mensen, die ook wel eens in hun leven in een psychose of anderszins hallucinerende toestand zijn geraakt, maar nog nooit een vlieg hebben kwaad gedaan. Met hun pen oordelen ze zo scherp, daar hoeft geen verder onderzoek meer aan te pas te komen.Wat het verdere effect van al hun schijfsels is, ach, waarom zouden er bij stil staan. Nee, beste journalisten, neem nog maar een borrel, na je welgeschreven tekst, waarin je denkt de waarheid achter ieder pijnlijk relaas te kunnen kennen. En wellicht neem je nog een borrel meer, want het moet vast niet meevallen om mensen te kwetsen. Stap daarna lekker in je auto, en ga deelnemen aan het drukke verkeer. Als ze jou dan een keer dronken achter je stuur vandaan trekken, mag ik jou dan een moordenaar noemen. Want … Iedere dronken bestuurder rijdt toch mensen dood? Of is dat te generaliserend? Nee, dat mag ik niet zeggen. Want jij bent waarheidzoeker hè. Tja, da’s waar ook.(dit “boze” blogje is tevens gepubliceerd op www.blogpower.nl)